Categorie archieven: Persoonlijk

Als LSD niet voldoende is

Dit keer een artikel met persoonlijke ontboezemingen, frustraties en inzichten:

Elk jaar herlees ik het boek “The 7 habits of highly effective people” van Stephen Covey. Er zijn weinig boeken die me telkens weer zoveel inspiratie geven en waar ik steeds nieuwe zaken uit haal. Dit jaar vond ik een van de belangrijkste ‘nieuwe’ inzichten bij het principe “eerst begrijpen, dan begrepen worden”. Het ging over verschillende niveaus waarop je kunt luisteren:

  1. Niet luisteren, gaat mij in sommige gezelschappen heel goed af…
  2. Doen alsof je luistert, je zegt dan bijvoorbeeld af en toe: “ja, ja”.
  3. Selectief luisteren, oftewel alleen horen wat je aanstaat.
  4. Luisteren met aandacht. Nu luister je echt naar de woorden die de ander uitspreekt.

Op dit vierde en hoogste niveau, vind je in de befaamde LSD-techniek: Luisteren, Samenvatten, Doorvragen. Volgens de theorie doe je het dan al heel goed, je hoort daadwerkelijk wat de ander zegt en gaat een echte dialoog aan.

Dat laatste is echter helemaal niet de bedoeling volgens Covey en is nu precies het probleem: We luisteren vaak om antwoord te kunnen geven. Of we luisteren alleen om te weten wanneer we ons eigen verhaal kunnen starten. Of we luisteren om een herkenningspunt te vinden, zodat we kunnen zeggen: “O, ik weet precies wat je bedoelt, ik zal je vertellen hoe dat bij mij ging.”

En daarmee missen we het 5e niveau van luisteren: Empathisch luisteren. Dat is luisteren met de intentie om de ander daadwerkelijk te begrijpen. Hiervoor moet je bewust afscheid nemen van je eigen referentiekader en je verplaatsen in dat van de ander. Begrijpen hoe hij de wereld ervaart en voelen wat hij voelt.

Voor mijzelf zie ik hier nog duidelijk ruimte voor verbetering. En ook in de spreekkamer kan naar mijn mening nog meer empathisch geluisterd worden, door de dokter én door mijzelf overigens. Zo zoeken artsen vaak naar wat ze kennen, hier is de opleiding ook op gericht. Zeker bij patiënten met een zeldzame of a-typische aandoening kan hierdoor gemakkelijk een verkeerde diagnose gesteld worden. Zo ben ik al gediagnosticeerd met (en behandeld voor) astma, hooikoorts en andere allergieën. Uiteraard bleven mijn klachten. Zeker als eerder al een verkeerde diagnose is gesteld, kan empathisch luisteren een groot verschil maken om het de tweede keer wel juist te krijgen.

Ook de patiënt hoort natuurlijk graag wat hij wil horen en is minder goed bekend met het referentiekader van de arts. Zo heb ik zelf jaren last gehad van nare hoestbuien. Veel artsen hebben in die periode naar mijn longen geluisterd en bijna allemaal zeiden ze “je longen zijn schoon”. Heel frustrerend, want er kwam voortdurend ’troep’ uit, hoezo schoon? De arts was echter meestal van mening: “Het is heel goed dat de zaak los komt.” Ik dacht dan alleen maar: dat kan wel zijn, maar mijn probleem is nu juist dat ik de hele dag loop te hoesten. Zucht. Zo komen we natuurlijk niet verder.

Wellicht had empathisch luisteren en het referentiekader van de arts doorgronden mij kunnen helpen eerder van mijn klachten af te komen. Zo helpt Covey mij ook dit jaar weer te leren en help ik hierdoor hopelijk mijzelf om betere zorg te krijgen.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Leuk boek hoor, maar ik heb er weinig aan

Deze bijzondere conversatie voerde ik laatst met een lezer van de Powerpatiënt:

PowerPatiënt: “Ik pak je boek er de laatste tijds steeds bij”
Ik: “Ah, goed om te horen. En wat heb je eraan?”
PowerPatiënt: “Vrij weinig!”
Ik: “…”
En een paar seconden later:
PowerPatiënt: “Ja, nou, zo bedoelde ik het niet hoor.
Maar die ziekenhuizen zeg, als die nou eens mee zouden werken…

Het is altijd fijn om Power Patiënten tegen te komen, patiënten die de regie nemen over hun eigen zorg en er samen met hun arts voor zorgen dat ze de beste zorg krijgen. De meeste van hen zijn enthousiast en kunnen zich niet (meer) voorstellen geen Power Patiënt te zijn.

En tegelijkertijd is het ‘Power-Patiënt-schap’ voor veel patiënten ook een last. Het kost namelijk erg veel tijd en veel frustratie. Een paar voorbeelden van uitspraken van Power Patiënten:

“Ik bel altijd voor de afspraak op om de afspraak te checken. Met enige regelmaat blijkt dan dat bepaalde gegevens nog niet binnen zijn of dat een dossier niet is opgestuurd. Soms wordt dat dan alsnog snel geregeld, soms moet de afspraak verzet worden.”

“De operatie stond al gepland in <streekziekenhuis>, waar ze ons hadden verteld dat ze die prima kunnen uitvoeren. Nadat we het op andere plekken hadden nagevraagd bleek dat ze die operatie daar echter nauwelijks doen. We zijn toen overgestapt naar <gespecialiseerd ziekenhuis>. Dat kostte veel moeite, maar we krijgen nu wel de beste zorg.”

“We nemen elk gesprek op, de arts vindt dat ook prima. Thuis luisteren we de opname 4 keer af en we horen elke keer nieuwe dingen.”

“Als ik in de wachtkamer zit bij de cardioloog en ik zie al die oudjes daar zitten, vraag ik me af hoe zij dat doen. Ze maken geen actieve indruk. Ik maak me echt zorgen over wat er met hen gebeurt als er iets mis gaat.”

Deze voorbeelden maken duidelijk dat het veel oplevert om Power Patiënt te zijn, en dat het tegelijkertijd ook veel kost. In dat opzicht lijken de Power Patiënten van vandaag op de voorvechters voor vrouwen- of homo-rechten uit het verleden. Ook zij ondervonden persoonlijk veel last van hun inspanningen. En nu kunnen alle anderen hiervan profiteren.

Ik vrees dat de huidige Power Patiënten hetzelfde lot hebben. Natuurlijk zijn er al (veel) artsen die de patiënt centraal zetten en als gelijkwaardig partner beschouwen. En er zijn ook steeds meer ziekenhuizen die de zorg rondom de patiënt (willen) organiseren. Tot het moment dat alle artsen en ziekenhuizen dat doen, zullen Power Patiënten echter tegen barrières aanlopen. En juist doordat ze tegen die barrières blijven duwen, zullen ze op termijn verdwijnen en zal iedere patiënt van patiëntgerichte zorg kunnen profiteren.

Het is dus nog even doorzetten voor mijn lezer uit het begin van dit artikel. En nog even verzuchten: “Maar die ziekenhuizen zeg, als die nou eens mee zouden werken…” Toch is het slechts een kwestie van tijd dat we dat punt bereiken en dat zelfs de meest angstige en minst assertieve patiënt de beste zorg krijgt.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Helemaal sprakeloos

Twee weken terug zat ik in de auto, onderweg naar een opdrachtgever. Het was ’s morgens heel vroeg, thuis sliep iedereen nog. Eenmaal onderweg wilde ik iets zeggen tegen de radio en toen gebeurde het: helemaal niets. Geen geluid.

Ok, niets aan de hand, even de keel schrapen en nog eens proberen. Nee hoor, niets. En dat is echt bizar kan ik je vertellen. Hoe ik ook probeerde geluid te produceren, er kwam niets. Ik kwam erachter dat ik wel kon fluisteren, dat is in ieder geval iets… Zo ben ik fluisterend de dag doorgekomen, tot ik op een rustig moment eens ging Googlen op wat er eigenlijk aan de hand kon zijn. Ik ontdekte dat er waarschijnlijk een verkoudheidsvirus in mijn stembanden was gaan wonen, waardoor die waren opgezwollen en niet meer werkten. Duurt meestal 4 tot 14 dagen (!) en o ja, het slechtste wat je kunt doen is: fluisteren, want daar wordt het alleen maar erger van…

Diezelfde dag ben ik nog langs de huisarts gereden (ik kon niet bellen om een afspraak te maken, dus moest er echt langs). Zij bevestigde het verkoudheids-virus vermoeden. Daar zijn geen medicijnen voor, de ‘behandeling’ bestaat uit: Totale stilte

Werken was sowieso niet mogelijk, maar ja, de kinderen moesten wel eten, naar bed, de boodschappen moesten gedaan worden. Regelmatig ging mijn telefoon, maar opnemen had geen zin. Wat een situatie…

Het naarste vond ik nog dat ik niet wist hoe lang het zou duren. Welke afspraken moest ik afzeggen en welke kon ik nog nakomen?

Sommige mensen wensten me toe dat ik genoot van de ‘kracht van de stilte’. Ongetwijfeld met de beste bedoelingen, maar dat was voor mij echt niet weggelegd.

Het confronteerde mij wel weer met hoe belangrijk de eigen rol van de patiënt is. Ik kon echt alleen mezelf genezen, in dit geval door 100% stil te zijn. Zoals in andere gevallen geldt dat je alleen geneest door trouw je medicatie te nemen, je dieet te volgen of je oefeningen te doen.

Dat was echt moeilijk en als ik niet precies had geweten waarvoor ik het deed (ik had een erg belangrijke presentatie 7 dagen later), dan had ik het niet vol kunnen houden en had het langer geduurd voor ik weer beter was.

Ook artsen lopen hier voortdurend tegenaan: de eigen rol van patiënten is cruciaal voor herstel en voor het gezond blijven. Therapietrouw is laag, in Nederland gemiddeld 70% volgens therapietrouwmonitor.nl. Volgens de WHO (Wereldgezondheids Organisatie) is het percentage in ontwikkelde landen zelfs maar 50% bij chronische aandoeningen. Zij schrijven:

“Poor adherence is the primary reason for not achieving the full health benefits medicines can provide to patients. It causes medical and psychosocial complications of disease, reduces patients’ quality of life, increases the likelihood of development of drug resistance and wastes health care resources”

Dit laat nogmaals het belang zien van gezamenlijk beslissen, zodat de patiënt écht achter zijn behandeling staat en weet waar hij het voor doet. Dit zal de therapietrouw wellicht niet naar 100% brengen, maar zeker verhogen. Ook leidt het samenwerken als een team ertoe dat een patiënt sneller contact met de arts opneemt als hij een bijwerking ervaart of als er iets verandert in zijn situatie. Anders zou hij wellicht gewoon met de behandeling stoppen. Momenteel doen zo’n 10% van de patiënten dit bij de meeste aandoeningen, volgens therapietrouwmonitor.nl.

En het mooie is dat dit ‘extra’ medicijngebruik leidt tot lagere kosten, zo schrijft de WHO ook:

“Poor adherence also leads to more frequent and longer hospital stays, use of emergency rooms and use of intensive care services. All of these are very expensive. In total, poor adherence is estimated to cost approximately $100 billion per year. Better adherence will not threaten health care budgets. On the contrary, adherence to those medicines already prescribed will result in a significant decrease in the overall health budget.”

Therapietrouw leidt dus tot betere zorg en daardoor tot lagere kosten. Wat wil je nog meer?

Samen voor beter zorg,
Wil Konings

Share Button

Doktertje spelen

Doktertje spelen, wie heeft het vroeger niet gedaan? Het is sinds kort een van de favoriete spelletjes van mijn drie dochters. Ze zijn 4, 6 en 8 jaar en spelen vaak doktertje. Natuurlijk willen ze allemaal de dokter zijn en niemand de patiënt, zo komt het dat ik ook nog weleens patiënt ben.

Ook al hebben ze zelf, gelukkig, weinig ervaring bij de dokter, toch zijn er duidelijke regels. Zo moet de patiënt bij mijn meiden altijd wachten totdat de dokter hem roept. Dat gebeurt met de achternaam en ook de rest van het spel zeggen zowel dokter als patiënt uitsluitend ‘u’ tegen elkaar. Dan begint de dokter aan de onderzoeken. Hierbij stelt de dokter geen vragen aan de patiënt, maar doet slechts verschillende tests. Met een hamertje tegen de knie tikken is er altijd een van en leidt steevast tot grote hilariteit!

Na de onderzoeken weet de dokter altijd precies wat er aan de hand is. Het kan van alles zijn, opvallend is daarbij dat de ziekte vrijwel altijd de schuld van de patiënt is. De patiënt heeft niet juist gegeten (buikpijn), of niet goed opgelet (gebroken been) en krijgt dat ook van de dokter te horen. De behandeling wordt direct gestart en bestaat bijvoorbeeld uit een injectie (altijd leuk), pillen (rozijntjes) of gips om het gebroken been (een shawl van mij). Tenslotte is de patiënt de dokter zeer dankbaar en belooft dat hij zich nooit meer zo dom zal gedragen.

Leuk hoor, als de meiden lekker aan het spelen zijn, maar dit zette me toch wel aan het denken. Zoals ik al opmerkte hebben ze zelf gelukkig weinig ervaring met artsen. Toch hebben ze duidelijke beelden over hoe het er in een ziekenhuis aan toegaat. En plaatsen ze de arts duidelijk op een voetstuk. De patiënt speelt geen rol van betekenis. De patiënt wordt niets gevraagd, alleen duidelijk gemaakt wat hij verkeerd heeft gedaan. Hun beelden en aannames komen vanuit boeken, tv-programma’s, school en uiteraard wat ze thuis horen en meemaken. Dat alles vormt een aantal onbewuste denkbeelden, die zichtbaar worden tijdens zo’n spelletje. Als je je ervan bewust bent tenminste.

Overigens hebben kinderen (onjuiste) beelden over van alles, zoals indianen, prinsessen, en nog veel meer dingen die ze dagelijks naspelen en weinig met de echte realiteit van indianen of prinsessen te maken hebben. Op zich is dat niet erg, tot het moment dat je een echte indiaan of prinses tegenkomt en deze onbewuste denkbeelden een rol blijven spelen. Je vraagt je dan ineens af waar de verentooi van de indiaan is of waarom de prinses niet voortdurend pirouettes draait (de hoofdactiviteit van mijn meiden als ze een prinsessenjurk aanhebben 🙂

Bovenstaande situaties kunnen nog grappig zijn, een doktersbezoek is dat zelden.  Het spel deed mij uiteindelijk inzien hoe diep denkbeelden over artsen en patiënten in een samenleving verweven zitten. En hoe lastig het is ze werkelijk te veranderen. Gelukkig is dit wel mogelijk. Onderzoekers naar allerlei soorten vooroordelen geven aan dat bewustwording van vooroordelen de eerste stap is om ze aan te passen. Bij deze!

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Artsendilemma’s

Momenteel ben ik bezig met een Engelse vertaling van het boek “De Power Patiënt”, waarschijnlijk kun je de titel wel raden. Het boek moet daarvoor niet alleen vertaald worden, maar er zijn b.v. ook internationale cijfers nodig, in plaats van de Nederlandse statistieken. Verder is het van belang de voorbeelden en verhalen te checken. Zo staat er in de Nederlandse versie een verhaal van een aanstaande moeder die van verloskundige wisselt, omdat ze graag thuis wil bevallen. Een verhaal waar men in het buitenland toch anders tegenaan kijkt dan bij ons.

Toch zijn de meeste verhalen universeel en tijdloos, zoals het volgende, dat ik opnieuw las en dat weer grote indruk op me maakte: Het gaat over een dame van 85 jaar, zij wordt verward en in slechte conditie opgenomen in het ziekenhuis. De dame kan niet meer begrijpelijk spreken. Ze is hart- en leverpatiënt, maar het is onduidelijk of haar klachten daarmee te maken hebben:

Eerst onderzoeken cardiologen en internisten haar, maar vinden niets. Na twee weken wordt ze overgeplaatst naar neurologie: op een scan is een tumor te zien die op de hersenen (en het spraakcentrum) drukt. De enige manier om erachter te komen hoe ernstig het is: een biopsie via een ‘kleine’ hersenoperatie. Voor de behandeling maakt het volgens haar neuroloog echter niet uit of het om een kwaadaardig of goedaardig gezwel gaat en ook niet of het gezwel snel groeit: de tumor is te groot om te verwijderen, zo’n operatie zou zij niet overleven. Hij bespreekt dit met haar zoons.

Deze zoons spreken later met een andere arts, die ze vertelt dat ze toch die ‘kleine’ bioptoperatie willen doen. Volgens deze arts is dat nodig om de diagnose en daarmee het vervolg duidelijk te krijgen. Ook bespreekt de arts met hen dat zelfs deze diagnostische operatie risicovol is vanwege de broze toestand van hun moeder, zij zou kunnen overlijden. Na dit gesprek zijn de zoons verdrietig en gefrustreerd. Zij begrijpen niet waarom het advies is veranderd en de operatie ineens wél nodig of nuttig is.

Uiteindelijk volgt er een nieuw gesprek met de eerste neuroloog, die eerlijk uitlegt dat er een meningsverschil was in de artsengroep. De operatie is vooral interessant voor de behandelaars en de familie. Afwachten geeft de patiënt meer kansen, ook al zouden de artsen en de familie meer onzekerheid hebben over het verdere verloop. De familie kiest er uiteindelijk voor hun moeder geen operatie te laten ondergaan. Ze heeft nog twee maanden geleefd. Prettige en rustige maanden voor de familie. Zij zijn de behandelend neuroloog dankbaar voor zijn open communicatie. Hij besprak heel eerlijk de dilemma’s die artsen normaal binnenskamers houden.

Zoiets is natuurlijk nooit zwart-wit. Er zitten vele kanten aan een dergelijke casus, en aan veel andere gevallen waar artsen mee te maken krijgen. Het is zelden mogelijk om vooraf te zeggen of een besluit ‘goed’ of ‘fout’ is. Soms kan dit achteraf zo blijken en soms is het ook achteraf onduidelijk.

Sommige artsen hebben dagelijks met dit soort dilemma’s te maken. De meeste families slechts enkele keren in hun leven. Des te belangrijker is het om de familie mee te nemen in de overwegingen en samen tot een beslissing te komen, waar de betrokkenen later goed op terug kijken en vrede mee hebben. Zoals in het bovenstaande geval gelukkig uiteindelijk gelukt is.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button
ProBeter - Spreker in de zorg

De wereld achter TED

Sinds mijn studietijd ben ik al gefascineerd door de filmpjes van TED. TED is ooit begonnen als jaarlijkse conferentie waar mensen “ideas worth spreading” met elkaar deelden. Die filmpjes werden ook online gezet, want ze werden toch opgenomen en zo konden de ideeën verspreid worden onder een groter publiek. In de loop van de tijd bleek dat de filmpjes miljoenen keren bekeken werden, terwijl er slechts een paar honderd mensen in de zaal zaten tijdens de conferentie zelf. Toen besloot TED zijn strategie te veranderen. Online droeg immers in de praktijk vele malen meer bij aan “idea spreading” dan het jaarlijkse congres.

Sindsdien worden er wereldwijd allerlei TEDx-conferenties gehouden. De “x” staat voor “onafhankelijk georganiseerd event”. Maar zo ‘onafhankelijk’ is het zeker niet. TED houdt de vinger behoorlijk aan de pols en bepaalt aan wie ze welke licentie afgeeft. En dat is weer afhankelijk van allerlei regels waar de organisatie zich aan moet houden.

08. Three out of ten patientsEind april mocht ik een TEDx-talk geven in Enschede, bij ‘mijn’ universiteit. Ik had een aantal maanden ervoor een auditie gedaan en betrad vanaf dat moment de wereld achter TED. En daar heb ik heel wat meegemaakt. Het eerste dat opvalt: TED = Engels. Ook al zijn er alleen Nederlanders in de zaal, we spreken Engels, natuurlijk zijn de audities in het Engels en ook de feedback die je krijgt (denk aan Idols) is in het Engels.

Een andere regel is: Geen commercie. Je mag geen reclame maken voor je eigen producten. Daarnaast mogen er ook geen namen van merken genoemd worden. Het gaat zo ver dat je niet mag zeggen dat je iets hebt “gegoogled”, je mag wel zeggen dat je het hebt “opgezocht op internet”. En dan is er nog “de stip”. Een mooie rode stip waarvandaan de spreker spreekt. Het blijkt dat de ene stip de andere niet is. Aan de grootte van de stip zou je ook weer dingen kunnen aflezen. Size matters, ook bij TED.

Dan is tot slot de timing erg belangrijk. Er is bij iedereen ingeramd dat je geen seconde langer mag spreken dan je toebedeeld was. In mijn geval 6 minuten. Exact. En geen seconde meer. Vandaar dat je sommige sprekers zenuwachtig ziet worden als ze onverwacht applaus krijgen, dat gaat van hun spreektijd af!

Erg goed vond ik dat er een introductiemiddag was voor alle sprekers. Uiteraard in het Engels. Daar kreeg iedereen ook een Speaker Coach. In mijn geval een zeer strenge-doch-rechtvaardige dame, die direct alle zwakke punten in mijn lichaamshouding, intonatie en tekst doorzag. Ik keek er dan ook behoorlijk tegenop de 1-op-1 coaching sessies te doen. En tegelijkertijd keek ik ernaar uit. Want zij heeft me enorm geholpen mijn verhaal en mijn presentatie aan te scherpen. Daardoor stond ik vorige week vol vertrouwen op het podium. En was ik er ook zo weer af. Want die 6 minuten leken slechts 6 seconden… Je kunt mijn TED-talk hier bekijken.

En zoals in mijn studententijd, blijf ik ook nu nog steeds gefascineerd door dit prachtige fenomeen. Dat geïnspireerde mensen in staat stelt hun ideeën te delen, waarna de hele wereld er zijn voordeel mee kan doen. Daarom deel ik graag een paar van mijn favoriete TED-talks:

Ik ben benieuwd wat je ervan vindt,

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

De actieve patiënt

Het pbg, oftewel het PersoonsGebondenBudget, is de laatste tijd vaak negatief in het nieuws. Er is onder meer sprake van fraude door budgethouders en vertraging in de uitbetaling vanuit de SVB. Dit heeft geleid tot veel Kamerdebatten en negativiteit in het algemeen.

Tegelijkertijd blijkt het pgb-concept op zich juist uitstekend te werken: Het is goedkoper dan het alternatief ZiN (Zorg in Natura) en patiënten zweren erbij. Ze demonstreerden zelfs op het Malieveld toen het pgb grotendeels dreigde te verdwijnen.

Waarom? Wat maakt het verschil? Een patiënt met een pgb is zeer actief betrokken bij zijn eigen zorg. Zo’n patiënt blijkt mooie oplossingen voor elkaar te krijgen die voor zijn persoonlijke situatie goed werken. Zoals bijvoorbeeld blijkt uit het verhaal van Giesbert. Hij heeft een dwarsleasie en geeft aan hoe het pgb zijn kwaliteit van leven sterk verhoogd heeft.

Opname boektrailer
Opname boektrailer De Power Patiënt

Dit najaar komt een boek uit, dat ik heb geschreven, de titel is: “De Power Patiënt“. Deze week waren de opnames voor de “boektrailer”, net zoiets als een filmtrailer, maar dan voor een boek. Het boek is gericht op patiënten en laat hen zien wat de voordelen voor hen zijn van het zich actief opstellen in elke fase van hun ziekte. Die voordelen zijn groot: ze zijn sneller beter, krijgen een behandeling die zo goed mogelijk bij hen past, en hebben minder last van bijwerkingen, etc.

Wat ik steeds weer zie in mijn werk is dat dergelijke powerpatiënten ook veel voordelen hebben voor het ziekenhuis en de mensen die er werken. Een actieve patiënt is meer betrokken bij zijn behandeling, durft uit te spreken wat hem mankeert en stelt de vragen die hij heeft. Ook is zijn therapietrouw hoger en trekt hij eerder aan de bel bij eventuele bijwerkingen.

NB: Een powerpatiënt is actief en betrokken, maar heeft niet heel internet afgezocht en denkt het niet beter te weten dan de arts. Hij beschouwt zichzelf en zijn arts als gelijkwaardige partners.

Ik ben benieuwd of jij wel eens te maken hebt met patiënten die zich al zo gedragen. Laat het graag weten in een reactie!

Voor optimaal resultaat, houd het simpel en fun,

Wil Konings

Share Button

Als je werk ineens heel dichtbij komt

Afgelopen week kwam mijn werk ineens heel dichtbij, te dichtbij wat mij betreft. We kregen het bericht dat mijn oma er slecht aan toe is, zij is mijn laatste grootouder. Ze had al een tijdje last van een huidaandoening, waarop de huisarts haar naar een dermatoloog heeft doorverwezen. Daar kon ze op een donderdag terecht en hij constateerde dat het wellicht kanker is. Hij nam een aantal biopten, die inmiddels zijn doorgestuurd naar het pathologisch lab en waar we komende donderdag de uitslag van krijgen. Komende donderdag, dat duurt dus in totaal een week en nu nog een paar dagen.

In ProBeter opdrachten leg ik altijd de nadruk op het gezichtspunt van de patiënt en hoe belangrijk het is daaraan te werken. En nu ervaar ik aan den lijve wat het met je doet als je zo lang moet wachten, want een week onzekerheid is echt lang. Voor mijn oma en voor de hele familie. Dat leidt onder meer tot onbegrip: ik hoor, van familieleden die werken in heel andere sectoren, uitspraken als

“ik begrijp ook echt niet waarom dit een week moet duren hoor, hoe moeilijk kan het zijn deze diagnose te stellen?”

Ik ben nooit in dit specifieke lab geweest, maar wel in andere pathologische laboratoria. Er zijn er die een dergelijke diagnose in 2 tot 3 uur kunnen stellen. Natuurlijk moet het weefsel nog naar het lab getransporteerd worden en de uitslag moet uiteindelijk weer naar de dermatoloog. Laten we zeggen dat dat nog maximaal een dag duurt en vooruit, in het weekend wordt niet gewerkt. Dan zou mijn oma de uitslag toch zeker maandag gehad moeten hebben.

Maar goed, we moeten dus nog even geduld hebben. We hopen op het beste voor mijn oma. Voor mij persoonlijk is deze ervaring nu al een extra drive om een tandje bij te zetten in mijn werk en manieren te vinden om de hefboom van ProBeter verder te vergroten.

Wil Konings

Share Button