Categorie archief: Hoe kan ik…

Hoe kan ik…

Dr. Google wordt steeds beter

Eerder dit jaar pakte de Consumentengids groot uit met een onderzoek naar hoe goed ‘Dr. Google’ inmiddels kan diagnosticeren. “1 op 5 diagnoses onjuist” stond in chocoladeletters op de cover. Interessant, ik zou juist stellen: al 4 op de 5 diagnoses juist!

De Consumentenbond had een groep leden allemaal een lijst symptomen meegegeven. Zij moesten zelf, met behulp van Google ontdekken bij welke diagnose dit hoorde. Gewone mensen, geen medische achtergrond, en dan in 80% van de gevallen tot de juiste diagnose komen. Ik vond het eigenlijk best knap! Maar dus ook 20% foute diagnoses. Dus is het nu goed dat mensen hun symptomen op internet opzoeken of niet?

hospital photoEigenlijk is het antwoord op die vraag irrelevant. Feit is nu eenmaal dat steeds meer mensen hun symptomen opzoeken. Belangrijk is daarbij vooral dat ze op de juiste plek zoeken, dat ze betrouwbare informatie vinden, begrijpelijke informatie, relevante informatie waar ze iets aan hebben tijdens hun gesprek met de arts en tijdens het kiezen of volgen van een behandeling. Gelukkig gaat de overgrote meerderheid al met de gevonden informatie terug naar de arts. Als we er dus voor kunnen zorgen dat mensen op de juiste plek zoeken, zal dat in veel gevallen bijdragen aan betere keuzes / verwachtingen / therapietrouw / resultaten.

Gelukkig is hier in een aantal ziekenhuizen al aandacht voor, toch kan het in mijn optiek op veel plekken nog een stuk beter. Het beste voorbeeld vind ik nog altijd het ziekenhuis waar patiënten eerst keuze-informatie krijgen van hun behandelend arts en daarna van de verpleegkundige. Vervolgens kunnen ze thuis zaken nalezen én krijgen ze betrouwbare websites mee. Tenslotte is er de mogelijkheid te bellen met patiënten die eerder voor deze keuze stonden. Een prachtige mix, die leidt tot veel betere gesprekken én resultaten. (Lees er meer over in “De patiënt komt zo bij u”.)

Zorg er dus voor dat je weet waar betrouwbare informatie te vinden is en geef die op verschillende manieren aan patiënten, dan worden we allemaal beter.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button
Maria Callas, a masterful bel canto singer, performs in the title role of Bellini's Norma in Paris, May 23, 1964

Leren te leren

Recent berichtte het DICA dat goede registratie honderden ziekenhuisdoden kan schelen, (lees het hier op de site van BNR). Natuurlijk maakt de registratie op zich niet het verschil, maar het feit dat artsen nu kunnen leren welke methode het beste werkt. En wat ‘het beste’ is, is gebaseerd op de resultaten van de behandeling. In het bijzonder het aantal sterfgevallen. Goede registratie levert de benodigde data hiervoor.

En nu blijkt: als je ziet dat je niet de beste bent, ga je actie ondernemen om dat te worden. Als je wel de beste bent is dat een prachtige stimulans om nog beter te worden en echt te excelleren! Dan is het nog wel nodig dat artsen ‘leren om te leren’. DICA zegt hierover: “we weten dat het openbaar maken van die gegevens ook een prikkel is voor zorgverleners om een tandje bij te zetten en het nog beter te doen.

Met de hoge werkdruk vandaag de dag wil ik echter stellen dat het vrijwel onmogelijk is er nóg een tandje bij te zetten. Wat we moeten leren is hoe op een slimme manier te leren. Zodat iedereen betere resultaten levert, minder fouten hoeft te herstellen en hierdoor een beetje tijd overhoudt. Deze tijd kan weer gebruikt worden om nog slimmer te leren werken/behandelen/diagnosticeren, waardoor er weer meer tijd overblijft. Een ding is zeker namelijk: aan het leren en aan het verbeteren van de zorg komt geen einde.

leerboek photoEigenlijk is het best bijzonder dat artsen moeten leren te leren. Als er één groep is die lang in de schoolbanken heeft gezeten, dan zijn het wel artsen. Toch is die manier van leren niet de meest effectieve als je je vaardigheden steeds verder wilt aanscherpen en aanpassen. De manier waarop geneeskundestudenten leren is nog erg gebaseerd op boeken, waarin ‘de waarheid’ staat, die je vervolgens uit je hoofd moet leren.

Hoe anders is het leertraject als je operazanger bent. Natuurlijk moet je noten kunnen lezen en het helpt ook als je iets begrijpt van de achtergrond van de stukken die je zingt. Toch stellen we ons een operazanger-in-opleiding vooral voor op het podium van een lege zaal. Waar je oefent en oefent en oefent. En waar een valse noot of mislukte uithaal geen probleem is. Natuurlijk oefenen studenten geneeskunde ook, toch is het maken van fouten bij hen niet altijd zonder gevolgen.

Een ander aspect is dat een operazanger altijd blijft leren, blijft oefenen, zichzelf blijft evalueren en beter wil worden. Uiteraard halen artsen ook braaf hun Permante-Educatie-punten, maar van continu jezelf aanscherpen,  blijven evalueren en blijven leren lijkt in de praktijk minder sprake. Ik ben ervan overtuigd dat het merendeel van de artsen dit wel zou willen, graag zelfs. Helaas speelt ook hier de extreem hoge werkdruk weer een rol.

Daarom is het belangrijk klein te beginnen. Misschien slechts met het stellen van een vraag. Stel uzelf na de volgende afspraak/operatie/vergadering eens af: Als ik operazanger was, hoe zou ik mijn handelen dan beoordelen? En wat kan ik doen om het de volgende keer nog beter te doen? En hoe zorg ik ervoor dat wat nu goed ging, de volgende keer weer goed gaat?

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

De toekomst van Geneeskunde-onderwijs

Kort geleden mocht ik les geven aan studenten Geneeskunde van de Radboud Universiteit. En niet alleen aan studenten, ook aan patiënten. In dezelfde groep dus. Het is onderdeel van het promotie-onderzoek van Thomas Vijn, binnen IQ Healthcare, een onderzoekscentrum van de universiteit.

Het revolutionaire en toch zo eenvoudige idee is om studenten en patiënten gezamenlijk op te leiden. De hypothese is dat je hierdoor betere artsen én betere patiënten krijgt. En dus betere zorg.

De sfeer tijdens de 2 uur durende sessie was heel bijzonder. Er was duidelijk sprake van gelijkwaardigheid tussen de artsen in spe en de patiënten. Bovendien waren zij zich steeds ook bewust van het perspectief van de ander, wat duidelijk bleek in de vragen die werden gesteld en tijdens de rollenspellen. Die verliepen in grote lijnen hetzelfde als een ‘normaal’ consult, maar tegelijkertijd waren ze compleet anders, juist door die andere sfeer.

Op deze manier creëer je geen kloof tussen artsen en patiënten, dus hoef je hem later ook niet te dichten. Dat voorkomt veel problemen. Verder was het mooi dat zowel de patiënten als de artsen in spe zich erg prettig voelden tijdens de rollenspellen. Een van de patiënten benoemde het zo: “Voor het eerst sinds jaren voel ik me geen patiënt als ik met een arts spreek.” Ook de studenten geneeskunde gaven aan dat juist deze manier van samenwerken en belangrijke reden voor hen was om te kiezen voor geneeskunde.

Ook bleek dat het één leidt tot het ander:  In de rollenspellen kwam onder andere het maken van een vervolgafspraak een bod. De standaard in dit scenario is: over 3 maanden komt de patiënt terug voor controle. Drie maanden is echter voor geen enkele patiënt de juiste termijn. Met sommige patiënten is er eerder iets aan de hand. 3 maanden is voor hen te laat. Met andere patiënten loopt alles prima, langskomen na 3 maanden is voor hen niet nodig (met no-shows dan wel nutteloze gesprekken tot gevolg).

Uit onderzoek blijkt dat het beter werkt om af te spreken dat de patiënt contact opneemt op het moment dat hij dat wil. Een van de artsen in spe gaf echter aan dat dat niet mogelijk is. Als je belt voor een afspraak ben je op zijn vroegst over een maand aan de beurt. Dat klopt helemaal en dat is het geval omdat we het zo georganiseerd hebben. Als we willen kunnen we het anders organiseren. Beter en slimmer.

Als bedrijfskundige wordt ik hier heel blij van. Als artsen iets willen veranderen, wordt het namelijk veel makkelijker de werkwijzen in het ziekenhuis aan te passen. En zo komen we weer een stap dichter bij de beste zorg. Een mooi spin-off effect van dit onderzoek.

Dit was overigens nog maar de eerste pilot uit het promotieonderzoek, met een kleine groep reumapatiënten en een gelijk aantal studenten. Er volgen meer pilots: met grotere groepen en met andere (chronische) aandoeningen. In de planning staan o.a. diabetes en borstkanker.

Uiteindelijke doel is te ontdekken wat het beste werkt en dit op te nemen in het standaard curriculum voor geneeskunde studenten. Misschien kun je een dergelijke opleiding ook verplicht stellen voor (langdurige) patiënten? Of het hen in ieder geval sterk aanraden? Dat zou mij geen slecht idee lijken.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

40 zaken die je moet weten over onnodig behandelen

Recent heeft de NFU (de acht academische ziekenhuizen) een lijst opgesteld van zinloze behandelingen. Bijzonder dat die er zijn en goed dat ze in kaart zijn gebracht. Deze maand gaat het artikel over de 40 zaken die je moet weten over onnodig behandelen:

  1. Er zijn 1366 niet-doen-verrichtingen in kaart gebracht
  2. Voor deze verrichtingen bestaat geen wetenschappelijk bewijs
  3. Dit geldt overigens voor de helft van alles wat artsen doen
  4. Gelukkig is niet de helft zinloos, maar ‘slechts’ 1366 zaken
  5. 33% van de lijst gaat over nutteloze onderzoeken tijdens de diagnosefase
  6. Denk bijvoorbeeld aan een kijkoperatie bij knieklachten
  7. 40% van de lijst gaat over nutteloze medicatie
  8. Of te zware medicatie, die niet effectiever is dan lichtere medicatie
  9. Maar die wel meer bijwerkingen heeft voor de patiënt
  10. Hoe komt het nu dat artsen onnodige verrichtingen doen?
  11. Voor een groot deel doordat ze het zo hebben geleerd tijdens hun opleiding
  12. Of omdat ze het collega’s zien doen
  13. Of omdat behandelen nu eenmaal meer oplevert dan niet behandelen
  14. Of omdat behandelen makkelijker is dan praten
  15. Of omdat de patiënt om een nutteloze behandeling vraagt / deze eist
  16. Of omdat we nu eenmaal DBC’s hebben, dan moet er toch een B plaatsvinden
  17. Of voor de zekerheid (toch nog een extra scan)
  18. Of omdat het IT-systeem alleen werkt met waarden uit ons eigen lab
  19. Of omdat we het nu eenmaal altijd zo doen
  20. Is het erg dat er onnodige verrichtingen plaatsvinden? Ja, om meerdere redenen
  21. Het kost veel tijd van een toch al overbelaste groep mensen
  22. Andere patiënten moeten langer wachten op een nuttige verrichting als er patiënten voor hen zijn die nutteloze verrichtingen krijgen
  23. Ook bij onnodige verrichtingen kunnen er complicaties optreden waar de patiënt last van heeft
  24. Denk aan het te lang laten zitten van infuus of katheter, waardoor een infectie ontstaat
  25. En nutteloze medicatie heeft bijwerkingen waar de patiënt last van heeft
  26. En hierdoor blijft de patiënt langer ziek thuis van het werk
  27. En nutteloze verrichtingen kosten veel geld
  28. Als de patiënt nog eigen risico ‘over’ heeft, merkt hij dit direct in zijn portemonnee
  29. Het ziekenhuis bereikt het afgesproken plafond met de zorgverzekeraar eerder
  30. Hoe veranderen we dit?
  31. Door meer wetenschappelijk onderzoek dat (non)resultaten aantoont
  32. Door meer onderzoek dat vaststelt bij welke patiënt een middel werkt en bij welke niet
  33. Door artsen m.b.v. spiegelinformatie zelf hun resultaten te laten verbeteren
  34. Door verzekeraars ziekenhuizen te laten kiezen op kwaliteit, niet op kosten
  35. Door patiënten vooraf te informeren over slagingspercentages van alle opties, ook van ‘niets doen
  36. Is er ook goed nieuws? Ja, we zijn al op de goede weg
  37. Vrijwel alle specialistenverenigingen onderzoeken verbeteringen
  38. Er worden al veel minde verstandskiezen preventief getrokken
  39. Er worden al veel minder buisjes in kinderoren geplaatst
  40. Kortom: Door samen te werken maken we de zorg beter én goedkoper

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Patiënten, vrouwen en kinderen eerst

Op schepen gold vroeger het credo “vrouwen en kinderen eerst”. Zij zijn immers zwak en kunnen zichzelf niet redden. In ziekenhuizen geldt het credo “de patiënt staat centraal”. Wat zegt dit over hoe ziekenhuizen naar patiënten kijken?

In het verleden hebben we al een aantal succesvolle emancipatiegolven gehad. Vrouwenemancipatie bijvoorbeeld. Waarom was dat zo succesvol? Omdat het de vrouwen waren die massaal hun BH’s uittrokken en duidelijk maakten dat zij niet op hun trouwdag hun verstand verloren. Daarna gingen de mannen hen anders behandelen. Homo-emancipatie is ook een mooi voorbeeld. Dit heeft gewerkt omdat het de homo’s zelf waren die vonden dat zij gewoon met hun vriend hand-in-hand op straat moesten kunnen lopen. Vervolgens gingen de hetero’s ze anders bekijken.

Nu gaat het over patiënten-emancipatie en natuurlijk kan deze emancipatiegolf alleen maar vanuit de patiënt zelf komen. Anders krijg je de situatie zoals we die kennen van de kinderbescherming. Kinderen zijn te zwak om zichzelf te organiseren en worden door de ‘grote mensen’ bemoederd. Op deze manier versterkt kinderbescherming bovendien alleen maar het beeld van het zwakke kind dat niet voor zichzelf kan opkomen.

Laten we niet in deze valkuil stappen bij de patiënt. Natuurlijk mankeren patiënten iets, maar ze zijn zeker in staat om voor hun belang op te komen. Als ze tenminste niet sufbemoederd worden. Uitgaan van hun mogelijkheden en kracht is van essentieel belang, anders krijgen we patiënten-bescherming en geen patiënten-empowerment.

Daarom moet ‘het ziekenhuis’ of ‘de arts’ dus nooit de patiënt centraal stellen. Alleen de patiënt zelf kan de patiënt centraal stellen. Wat kan het ziekenhuis of de arts dan wel doen? Ervan uitgaan dat er een krachtige en competente patiënt zal binnenstappen. En daar je werkwijze op aanpassen. Hoe?

Op het jubileum was ook Epke
Op het jubileum was ook Epke, arts in opleiding en mijn held, omdat hij mijn oudste dochter aan het sporten heeft gekregen!

Vorige week was ik op het jubileum van de Vereniging van Ziekenhuizen, waar ik o.a. de volgende praktische, en soms ook controversiële, adviezen heb gegeven. Hier weergegeven zonder nuancering en mitsen en maren. Al deze zaken vinden al plaats in sommige ziekenhuizen, als experiment of als standaard werkwijze:

  • Ga altijd uit van gezamenlijke verantwoordelijkheid van patiënt en arts
  • Laat patiënten verplicht het consult voorbereiden, bijvoorbeeld door hun vragen op papier te zetten
  • Geef patiënten standaard een lege option grid, waarin ze in dialoog met de arts/verpleegkundige zelf alle behandelopties opschrijven
  • Leg mensen die een electieve operatie ondergaan niet al vóór de operatie in bed
  • Laat mensen in het ziekenhuis zelf hun medicatie beheren en innemen

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Wil je veel weten van weinig, of weinig van veel?

Het Amerikaanse Lakeland Regional Medical Center in Florida behaalt zeer goede resultaten met een radicale de-centralisatie, waarbij een team van slechts 2 mensen 80% tot 90% van alle werkzaamheden uitvoert voor een patiënt die is opgenomen in het ziekenhuis. Zo’n mini-team zorgt voor 6 patiënten. De zorg die ze niet zelf kunnen uitvoeren (zoals het maken van een röntgenfoto of het uitvoeren van een operatie), regelen ze binnen het eigen organisatieonderdeel.

Het resultaat? Zowel patiënten als medewerkers wachten veel minder. Uitslagen zijn sneller bekend. Er sterven minder patiënten dan gemiddeld. Er worden nauwelijks medicatiefouten gemaakt. Er is een zeer laag verloop. De kosten zijn lager. Tevredenheid van patiënten, medewerkers en artsen is hoog.

Dit alles vond plaats in het jaar 1993, meer dan 2 decennia later zou je denken dat ieder ziekenhuis inmiddels op deze succesvolle manier werkt.

Tegelijkertijd zien we in veel ziekenhuizen dat er sprake is van een ‘superspecialisatie’ binnen het ziekenhuis. Zowel binnen de medische staf, als onder verpleegkundigen en zelfs onder facilitaire medewerkers. En ook dat is in het belang van de patiënt. Wie wil immers niet die superspecialist die de beste van het land is in het uitvoeren van zijn gewenste type heupoperatie. En wie wil niet uitgebreid kunnen spreken met die verpleegkundig specialist die alles weet van haar specifieke subtype borstkanker.

lakeland-doctorVoor de patiënt levert generaliseren het voordeel van het hebben van een persoonlijk aanspreekpunt dat flexibel is en precies kan inspelen op zijn wensen. Maar die generalist kan natuurlijk niet alles perfect. De superspecialist is (bijna) perfect op zijn gebied. Maar hoe ziet iemand door alle bomen het bos. En wil de patiënt echt tientallen personen zijn verhaal vertellen en wachten tot alle afzonderlijke radertjes in beweging zijn gekomen, hopelijk goed geschakeld.

Voor de medewerker of arts kan superspecialist zijn heel interessant zijn. Als je het goed aanpakt is er niemand te vinden die kan wat jij kan. Tegelijkertijd ben je slechts een kleine schakel in de keten en is het lastig te weten of jouw bijdrage in het geheel nu van nut is geweest of niet. Als generalist zie je direct wat je bijdrage is en kun je met een voldaan gevoel naar huis. Waarschijnlijk ook heel moe, want je moet de hele dag inspelen op wat er nodig is en geen dag zal hetzelfde zijn.

We zijn in de meeste ziekenhuizen verder en verder aan het specialiseren. Zijn we doorgeschoten? Het zou heel goed zijn nog eens te kijken naar het voorbeeld van het Lakeland ziekenhuis. Dat niet klakkeloos overnemen, maar wel kijken of we een aantal voordelen van generalisatie over kunnen nemen. De waarheid ligt ook hier in het midden.

En het Lakeland Regional Health Center? Dat gaat gewoon door met zaken beter maken voor de patiënt en wint nog steeds veel prijzen. Bekijk bijvoorbeeld in dit filmpje wat zij recent hebben veranderd binnen de Spoedeisende Hulp (filmpje duurt 2 minuten).

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Patiëntgerichte zorg: wat moet ik er mee?

Het zal u niet ontgaan zijn dat de patiënt momenteel centraal staat in de zorg. Op papier dan natuurlijk, op heel veel papier. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) noemt ‘De patiënt als partner’ zelfs als eerste van zijn negen speerpunten uit het strategiedocument ‘Zorg voor 2020’. De minister van Volksgezondheid schrijft in april 2016 in een brief aan de Tweede Kamer over de resultaten van maar liefst 53 acties in het kader van het ‘Jaar van de Transparantie’. En ikzelf schreef zelfs een heel boek vol over wat patiënten zelf kunnen doen om betere zorg te krijgen: ‘De Power Patiënt’.
In verband daarmee geef ik veel lezingen, onder andere voor patiëntenverenigingen, en steeds stel ik mensen de vraag: “Als u als patiënt in het ziekenhuis bent, wat doet u dan het grootste deel van uw tijd?“. Ik krijg altijd hetzelfde antwoord: “Wachten“.

Staat de patiënt centraal in de praktijk? Nog niet in ieder geval. Moet de patiënt centraal staan? Ik ben ervan overtuigd dat dat grote voordelen heeft. Voor artsen en verpleegkundigen, voor de maatschappij als geheel en voor de patiënt zelf natuurlijk. En gelukkig ben ik niet de enige die er zo over denkt, er zijn hele studies uitgevoerd naar de effecten van Patient Centered Care en Value Based Healthcare. Wat betekent dat nu voor u als zorgbestuurder of beleidsmaker? Wat kunt u er mee? Wat moet u ermee?

Wat niet helpt, is dat we de huidige werkwijze en vooral de huidige manier van organiseren altijd al zo gewend zijn. We zien normaliter niet zo gemakkelijk hoe het beter kan. Als bedrijfskundige houd ik ervan te leren van wat er in andere sectoren aan ontwikkelingen en innovaties is. Neem bijvoorbeeld de vliegtuigindustrie. De volgende keer dat u over een vliegveld wandelt, denk dan eens na over hoe intuïtief de logistiek in uw ziekenhuis is. En als u door de verplichte veiligheidsscreening gaat, bedenk dan hoe soepel of traag verloopt de verplichte pre-operatieve screening in uw ziekenhuis loopt. Weet u overigens waarom een passagiersvliegtuig geen schietstoel heeft voor de piloot? Technologisch gezien is het geen enkel probleem om hem in te bouwen, natuurlijk. Het feit dat de piloot er (ook) niet uit kan, helpt echter bij het nemen van klantgerichte beslissingen. Zo’n piloot doet toch net iets harder zijn best de kist veilig aan de grond te krijgen…

Het kan ook dichter bij huis: Bezoek uw eigen ziekenhuis eens als patiënt. De beste ervaring krijgt u natuurlijk als u daadwerkelijk iets mankeert. Als u kerngezond bent, kunt u ook doen alsof u ziek bent (uiteraard vertelt u dit aan alle zorgprofessionals die u tegenkomt) en vervolgens het proces van een echte patiënt doorlopen. Net als in het Britse tv-programma ‘Undercover Boss’, waarin CEO’s een paar dagen hun eigen werkvloer bezoeken, opent dit vaak veel ogen. En leidt het bovenal tot een andere manier van kijken. En daar waren we naar op zoek.

U kunt ook gebruik maken van de mooie voorbeelden die er al zijn in andere ziekenhuizen, zowel in Nederland als erbuiten. U vindt er veel op de NVZ-site. En dan niet denken ‘Not invented here’ of ‘Bij ons is dat toch anders’, maar proberen te zien wat er wel werkt of kan werken in uw ziekenhuis.

03. Work together as a teamMijn laatste advies betreft het lezen van ‘De Power Patiënt’ , tegenwoordig ook als e-book verkrijgbaar en zelfs als TED-talk. Het bevat veel ervaringen van zowel patiënten als artsen over wat zij zoal meemaken en geeft een mooie toekomstvisie op hoe onze zorg eruit kan zien als de patiënt daadwerkelijk centraal komt te staan.

Ik wens u allen een mooie patient journey en hoor graag uw reisverhalen.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button
ProBeter - Spreker in de zorg

De wereld achter TED

Sinds mijn studietijd ben ik al gefascineerd door de filmpjes van TED. TED is ooit begonnen als jaarlijkse conferentie waar mensen “ideas worth spreading” met elkaar deelden. Die filmpjes werden ook online gezet, want ze werden toch opgenomen en zo konden de ideeën verspreid worden onder een groter publiek. In de loop van de tijd bleek dat de filmpjes miljoenen keren bekeken werden, terwijl er slechts een paar honderd mensen in de zaal zaten tijdens de conferentie zelf. Toen besloot TED zijn strategie te veranderen. Online droeg immers in de praktijk vele malen meer bij aan “idea spreading” dan het jaarlijkse congres.

Sindsdien worden er wereldwijd allerlei TEDx-conferenties gehouden. De “x” staat voor “onafhankelijk georganiseerd event”. Maar zo ‘onafhankelijk’ is het zeker niet. TED houdt de vinger behoorlijk aan de pols en bepaalt aan wie ze welke licentie afgeeft. En dat is weer afhankelijk van allerlei regels waar de organisatie zich aan moet houden.

08. Three out of ten patientsEind april mocht ik een TEDx-talk geven in Enschede, bij ‘mijn’ universiteit. Ik had een aantal maanden ervoor een auditie gedaan en betrad vanaf dat moment de wereld achter TED. En daar heb ik heel wat meegemaakt. Het eerste dat opvalt: TED = Engels. Ook al zijn er alleen Nederlanders in de zaal, we spreken Engels, natuurlijk zijn de audities in het Engels en ook de feedback die je krijgt (denk aan Idols) is in het Engels.

Een andere regel is: Geen commercie. Je mag geen reclame maken voor je eigen producten. Daarnaast mogen er ook geen namen van merken genoemd worden. Het gaat zo ver dat je niet mag zeggen dat je iets hebt “gegoogled”, je mag wel zeggen dat je het hebt “opgezocht op internet”. En dan is er nog “de stip”. Een mooie rode stip waarvandaan de spreker spreekt. Het blijkt dat de ene stip de andere niet is. Aan de grootte van de stip zou je ook weer dingen kunnen aflezen. Size matters, ook bij TED.

Dan is tot slot de timing erg belangrijk. Er is bij iedereen ingeramd dat je geen seconde langer mag spreken dan je toebedeeld was. In mijn geval 6 minuten. Exact. En geen seconde meer. Vandaar dat je sommige sprekers zenuwachtig ziet worden als ze onverwacht applaus krijgen, dat gaat van hun spreektijd af!

Erg goed vond ik dat er een introductiemiddag was voor alle sprekers. Uiteraard in het Engels. Daar kreeg iedereen ook een Speaker Coach. In mijn geval een zeer strenge-doch-rechtvaardige dame, die direct alle zwakke punten in mijn lichaamshouding, intonatie en tekst doorzag. Ik keek er dan ook behoorlijk tegenop de 1-op-1 coaching sessies te doen. En tegelijkertijd keek ik ernaar uit. Want zij heeft me enorm geholpen mijn verhaal en mijn presentatie aan te scherpen. Daardoor stond ik vorige week vol vertrouwen op het podium. En was ik er ook zo weer af. Want die 6 minuten leken slechts 6 seconden… Je kunt mijn TED-talk hier bekijken.

En zoals in mijn studententijd, blijf ik ook nu nog steeds gefascineerd door dit prachtige fenomeen. Dat geïnspireerde mensen in staat stelt hun ideeën te delen, waarna de hele wereld er zijn voordeel mee kan doen. Daarom deel ik graag een paar van mijn favoriete TED-talks:

Ik ben benieuwd wat je ervan vindt,

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

To sim or not to sim

In trainingen en workshops gebruik ik graag simulaties, omdat ze mensen iets duidelijk maken dat ze nooit meer vergeten. Ik houd van dit soort serious games. Ik heb met mijn groepen onder meer papieren vliegtuigen gemaakt, spaghetti-torens gebouwd en natuurlijk met lego gespeeld. Vrijwel elke simulatie bestaat uit meerdere ronden. Natuurlijk gaat het in de eerste ronde allemaal niet zo goed, waarna de deelnemers de mogelijkheid hebben om alles steeds beter te laten gaan.

Momenteel ben ik een nieuwe simulatie aan het ontwikkelen, overigens een erg leuke bezigheid. En dat zette me aan het denken over het nut van simulaties. Want het is altijd leuk om met een groep een simulatie te doen, maar “leuk” is natuurlijk niet waar het uiteindelijk om gaat. En de simulatie lijkt ook nooit op het echte werk dat mensen doen (dat heb ik één keer geprobeerd en daar heb ik van geleerd 🙂 )

Na de simulatie moet het echte werk dus nog beginnen en moeten mensen hun eigen werkzaamheden aanpakken. Al probeer ik daar tijdens het spel al een begin mee te maken, bijvoorbeeld door mensen te vragen “Welke zaken uit het spel zie je ook in je eigen werk terug?” En altijd weer verbaast het me dat mensen duidelijke overlap zien. Ook al werken ze op een röntgenafdeling en hebben ze net vliegtuigjes gevouwen.

Waar volgens mij simulaties het grote verschil maken is in de periode (soms nog jaren) na het spel. Dan hoor je mensen vaak nog vergelijkingen maken met wat er in het spel is gebeurd. “Weet je nog toen we startten in ronde 2, …”

Dan blijkt de echte waarde van wat Confucius ooit gezegd heeft:

Confucius

 

“Ik hoor en ik vergeet,
ik zie en ik onthoud,
ik doe en ik begrijp”

 

En ja, wat is het alternatief? Sheet na sheet met droge kost, dat werkt alleen slaapverwekkend en onthouden mensen nog geen dag. Dus ik ga vrolijk verder met het ontwikkelen van deze simulatie, die hopelijk ook tot mooie inzichten gaat leiden en die mensen zich over 5 jaar nog steeds herinneren. Een prima resultaat!

Heb jij weleens een simulatie gedaan? Wat waren je ervaringen? Heb je er iets aan gehad? Ik hoor het graag in de comments.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Samen beslissen: simpel of complex?

Samen beslissen, dat klinkt zo simpel. Het zit direct in de ‘cirkel van invloed’ van de arts en uit onderzoek blijkt dat 2/3 van de patiënten ook samen wil beslissen. Simpel dus, voor zowel patiënt als arts.

Waarom gebeurt het dan nog niet overal? Omdat het tegelijkertijd ook complex is. Het is aan de ene kant complex voor de arts, met name omdat hij of zij anders gewend is en is opgeleid om zelf de beste beslissing te nemen. Toch begint hier inmiddels op veel vlakken verandering in te komen. Steeds meer studenten leren de patiënt actief te betrekken in besluitvorming en steeds meer artsen doen dit uit zichzelf.

Aan de andere kant is samen beslissen ook complex voor de meeste patiënten. Zij zitten immers niet voor niets tegenover hun arts. Ze zijn ziek, voelen zich zwak en realiseren zich heel goed hoe afhankelijk ze zijn. Dat dit geldt voor vrijwel alle patiënten blijkt uit het feit dat zelfs hoogopgeleide en mondige mensen dit fenomeen beschrijven. Toch is het een ander verhaal als je eigen gezondheid op het spel staat, of die van je kind.

Overigens zijn er ook diverse verhalen bekend van artsen die zelf patiënt worden. Zij verbazen zich over hoe anders het is om aan de andere kant van de tafel te zitten. Lees bijvoorbeeld dit verhaal van een uroloog die hartklachten kreeg.

Wat kun je doen als arts om je patiënt te helpen samen te beslissen? En eigenlijk: Om hem te helpen mede-verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen zorgtraject.

Heidag 20 jan 2016Over deze vraag heb ik recent gesproken met een aantal gynaecologen en vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties. Dit is een aantal van de dingen die ze noemden:

  • Geef begrijpelijke informatie
  • Geef al vóór het spreekuur informatie/een vragenlijst, zodat de patiënt zich beter kan voorbereiden
  • Vraag wat het doel is van de patiënt met het consult en wat voor hem belangrijk is
  • Geef meerdere opties en spreek met de patiënt over de voor- en nadelen ervan

Wat vind jij? Zijn patiënten (mede-)verantwoordelijk voor hun eigen zorg? En hoe kun je als arts een patiënt helpen om deze verantwoordelijkheid te nemen? En om echt samen te beslissen? Ik hoor het graag!

Voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button