Alle berichten van Wil Konings

Dr. Google wordt steeds beter

Eerder dit jaar pakte de Consumentengids groot uit met een onderzoek naar hoe goed ‘Dr. Google’ inmiddels kan diagnosticeren. “1 op 5 diagnoses onjuist” stond in chocoladeletters op de cover. Interessant, ik zou juist stellen: al 4 op de 5 diagnoses juist!

De Consumentenbond had een groep leden allemaal een lijst symptomen meegegeven. Zij moesten zelf, met behulp van Google ontdekken bij welke diagnose dit hoorde. Gewone mensen, geen medische achtergrond, en dan in 80% van de gevallen tot de juiste diagnose komen. Ik vond het eigenlijk best knap! Maar dus ook 20% foute diagnoses. Dus is het nu goed dat mensen hun symptomen op internet opzoeken of niet?

hospital photoEigenlijk is het antwoord op die vraag irrelevant. Feit is nu eenmaal dat steeds meer mensen hun symptomen opzoeken. Belangrijk is daarbij vooral dat ze op de juiste plek zoeken, dat ze betrouwbare informatie vinden, begrijpelijke informatie, relevante informatie waar ze iets aan hebben tijdens hun gesprek met de arts en tijdens het kiezen of volgen van een behandeling. Gelukkig gaat de overgrote meerderheid al met de gevonden informatie terug naar de arts. Als we er dus voor kunnen zorgen dat mensen op de juiste plek zoeken, zal dat in veel gevallen bijdragen aan betere keuzes / verwachtingen / therapietrouw / resultaten.

Gelukkig is hier in een aantal ziekenhuizen al aandacht voor, toch kan het in mijn optiek op veel plekken nog een stuk beter. Het beste voorbeeld vind ik nog altijd het ziekenhuis waar patiënten eerst keuze-informatie krijgen van hun behandelend arts en daarna van de verpleegkundige. Vervolgens kunnen ze thuis zaken nalezen én krijgen ze betrouwbare websites mee. Tenslotte is er de mogelijkheid te bellen met patiënten die eerder voor deze keuze stonden. Een prachtige mix, die leidt tot veel betere gesprekken én resultaten. (Lees er meer over in “De patiënt komt zo bij u”.)

Zorg er dus voor dat je weet waar betrouwbare informatie te vinden is en geef die op verschillende manieren aan patiënten, dan worden we allemaal beter.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button
Maria Callas, a masterful bel canto singer, performs in the title role of Bellini's Norma in Paris, May 23, 1964

Leren te leren

Recent berichtte het DICA dat goede registratie honderden ziekenhuisdoden kan schelen, (lees het hier op de site van BNR). Natuurlijk maakt de registratie op zich niet het verschil, maar het feit dat artsen nu kunnen leren welke methode het beste werkt. En wat ‘het beste’ is, is gebaseerd op de resultaten van de behandeling. In het bijzonder het aantal sterfgevallen. Goede registratie levert de benodigde data hiervoor.

En nu blijkt: als je ziet dat je niet de beste bent, ga je actie ondernemen om dat te worden. Als je wel de beste bent is dat een prachtige stimulans om nog beter te worden en echt te excelleren! Dan is het nog wel nodig dat artsen ‘leren om te leren’. DICA zegt hierover: “we weten dat het openbaar maken van die gegevens ook een prikkel is voor zorgverleners om een tandje bij te zetten en het nog beter te doen.

Met de hoge werkdruk vandaag de dag wil ik echter stellen dat het vrijwel onmogelijk is er nóg een tandje bij te zetten. Wat we moeten leren is hoe op een slimme manier te leren. Zodat iedereen betere resultaten levert, minder fouten hoeft te herstellen en hierdoor een beetje tijd overhoudt. Deze tijd kan weer gebruikt worden om nog slimmer te leren werken/behandelen/diagnosticeren, waardoor er weer meer tijd overblijft. Een ding is zeker namelijk: aan het leren en aan het verbeteren van de zorg komt geen einde.

leerboek photoEigenlijk is het best bijzonder dat artsen moeten leren te leren. Als er één groep is die lang in de schoolbanken heeft gezeten, dan zijn het wel artsen. Toch is die manier van leren niet de meest effectieve als je je vaardigheden steeds verder wilt aanscherpen en aanpassen. De manier waarop geneeskundestudenten leren is nog erg gebaseerd op boeken, waarin ‘de waarheid’ staat, die je vervolgens uit je hoofd moet leren.

Hoe anders is het leertraject als je operazanger bent. Natuurlijk moet je noten kunnen lezen en het helpt ook als je iets begrijpt van de achtergrond van de stukken die je zingt. Toch stellen we ons een operazanger-in-opleiding vooral voor op het podium van een lege zaal. Waar je oefent en oefent en oefent. En waar een valse noot of mislukte uithaal geen probleem is. Natuurlijk oefenen studenten geneeskunde ook, toch is het maken van fouten bij hen niet altijd zonder gevolgen.

Een ander aspect is dat een operazanger altijd blijft leren, blijft oefenen, zichzelf blijft evalueren en beter wil worden. Uiteraard halen artsen ook braaf hun Permante-Educatie-punten, maar van continu jezelf aanscherpen,  blijven evalueren en blijven leren lijkt in de praktijk minder sprake. Ik ben ervan overtuigd dat het merendeel van de artsen dit wel zou willen, graag zelfs. Helaas speelt ook hier de extreem hoge werkdruk weer een rol.

Daarom is het belangrijk klein te beginnen. Misschien slechts met het stellen van een vraag. Stel uzelf na de volgende afspraak/operatie/vergadering eens af: Als ik operazanger was, hoe zou ik mijn handelen dan beoordelen? En wat kan ik doen om het de volgende keer nog beter te doen? En hoe zorg ik ervoor dat wat nu goed ging, de volgende keer weer goed gaat?

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Aannames en ezels

Op een afdeling in een ziekenhuis mogen patiënten na een bepaalde operatie alleen vloeibaar voedsel eten. Dit weet iedereen, het is dan ook al jaren de afspraak en gaat vrijwel altijd goed. Dan doet het ziekenhuis een onderzoek naar de wensen van de patiënt en hoe zij nog betere service kunnen bieden. Een van de zaken die opvalt is dat de patiënten aangeven dat zij het niet prettig vinden om alleen vloeibaar voedsel te mogen eten. Maar ja, het hoort er nu eenmaal bij, dat zijn de regels.

Totdat iemand de vraag stelt: Waarom deze patiënten vloeibaar voedsel krijgen na de operatie? Het wordt gevraagd aan de arts, die aangeeft dat dat een richtlijn is vanuit de diëtist. Dus vraagt men het aan de diëtist, die aangeeft dat het een medische richtlijn is. Nu wordt het interessant!

Zoals ze in Engeland zeggen: "To assume is to make an ass-of-u-and-me"
Zoals ze in Engeland zeggen: “To assume is to make an ass-of-u-and-me”

De kwestie wordt uitgezocht en het blijkt dat vloeibare voeding in dit geval helemaal niet noodzakelijk is. Iedereen nam slechts aan dat het nodig was vanuit een andere discipline. We werken immers al jaren zo, dus het zal wel ergens voor nodig zijn. Op zich een plausibele aanname, maar nog altijd een aanname.

Deze afdeling veranderde het beleid en gaf de patiënten voortaan zelf de keus wat ze wilden eten. Het verwachte resultaat: Meer tevreden patiënten.

Daarnaast gebeurde er echter iets nog veel mooiers: De ligduur werd korter. Doordat de patiënten beter aten, herstelden zij sneller en konden ze eerder weer naar huis. Eigenlijk geen ‘rocket-science’ als je er over nadenkt, probleem is echter dat niemand de tijd heeft om over dit soort dingen na te denken, doordat er zo’n hoge werkdruk is op vrijwel alle plekken waar ik kom.

Het interessante is nu dit: Doordat op deze afdeling de ligduur voor een bepaalde operatie is teruggelopen, is ook de werkdruk minder. Hierdoor ontstaat er ruimte om na te denken over andere zaken die we wellicht slimmer kunnen aanpakken. Hierdoor kan de werkdruk verder dalen, waardoor er weer meer tijd vrij komt. En dat is de vicieuze cirkel waar je in terecht wilt komen.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Als alles klopt

japan photoVorige maand was ik in Japan, een erg interessant land, om meerdere redenen. Een van die redenen is dat alles klopt in Japan. Als je iets hebt afgesproken gebeurt het ook. De treinen rijden er overigens niet op de minuut, zoals je vaak hoort… ze rijden er op de seconde. Het was echt onwerkelijk om de trein-beambten op hun horloge te zien kijken: nog niet… nog niet… ja, nu is het tijd!

Het zette me aan het denken: hoe zou het zijn als alles in onze ziekenhuizen zou kloppen. Natuurlijk zijn er heel veel obstakels te overwinnen voor we bovenstaande werkelijkheid kunnen bereiken, wellicht is het zelfs een utopie. Maar laten we er voor nu heel even vanuit gaan dat het wél mogelijk is. Sterker nog, laten we ervanuit gaan dat dit de werkelijkheid is waar we morgen instappen zodra we wakker worden. Wat zou dat betekenen:

japan photoAls een patiënt een afspraak maakt, is hij ook aan de beurt op het afgesproken moment. Als een arts spreekuur heeft van 13:00 tot 16:00, dan is hij om 16:00 dus ook klaar. Bovendien hebben alle patiënten die hij dat spreekuur zag zich in de afgelopen periode aan zijn voorschriften gehouden, zijn de resultaten van alle aangevraagde tests binnen en zijn er geen spoedgevallen/telefoongesprekken/pieper-oproepen tussendoor gekomen.

Maar goed, dit is een (nog) niet bestaande werkelijkheid, wellicht een utopie. En toch, ook al kunnen we die situatie niet volledig bereiken, we kunnen hem natuurlijk wel deels realiseren. En dat zou al veel voordelen opleveren. Natuurlijk moeten we ook daarvoor veel obstakels overwinnen, maar dat lijkt mij zeer de moeite waard. Zeker als we de 80/20 regel hanteren: Laten we de 20% meest beperkende obstakels oplossen en we genieten al 80% van de voordelen.

Een van die obstakels is naar mijn mening dat standaard voor iedere patiënt 10 minuten zijn ingepland, dit terwijl het evident is dat voor vrijwel geen enkele patiënt exact 10 minuten nodig is. Hoe schatten we van tevoren zo goed mogelijk in hoeveel tijd er nodig is, dat is een mooie uitdaging!

Ik ben benieuwd: wat is volgens jou het eerste dat we moeten aanpakken? En wat zou een mogelijke oplossingsrichting zijn?

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Helemaal sprakeloos

Twee weken terug zat ik in de auto, onderweg naar een opdrachtgever. Het was ’s morgens heel vroeg, thuis sliep iedereen nog. Eenmaal onderweg wilde ik iets zeggen tegen de radio en toen gebeurde het: helemaal niets. Geen geluid.

Ok, niets aan de hand, even de keel schrapen en nog eens proberen. Nee hoor, niets. En dat is echt bizar kan ik je vertellen. Hoe ik ook probeerde geluid te produceren, er kwam niets. Ik kwam erachter dat ik wel kon fluisteren, dat is in ieder geval iets… Zo ben ik fluisterend de dag doorgekomen, tot ik op een rustig moment eens ging Googlen op wat er eigenlijk aan de hand kon zijn. Ik ontdekte dat er waarschijnlijk een verkoudheidsvirus in mijn stembanden was gaan wonen, waardoor die waren opgezwollen en niet meer werkten. Duurt meestal 4 tot 14 dagen (!) en o ja, het slechtste wat je kunt doen is: fluisteren, want daar wordt het alleen maar erger van…

Diezelfde dag ben ik nog langs de huisarts gereden (ik kon niet bellen om een afspraak te maken, dus moest er echt langs). Zij bevestigde het verkoudheids-virus vermoeden. Daar zijn geen medicijnen voor, de ‘behandeling’ bestaat uit: Totale stilte

Werken was sowieso niet mogelijk, maar ja, de kinderen moesten wel eten, naar bed, de boodschappen moesten gedaan worden. Regelmatig ging mijn telefoon, maar opnemen had geen zin. Wat een situatie…

Het naarste vond ik nog dat ik niet wist hoe lang het zou duren. Welke afspraken moest ik afzeggen en welke kon ik nog nakomen?

Sommige mensen wensten me toe dat ik genoot van de ‘kracht van de stilte’. Ongetwijfeld met de beste bedoelingen, maar dat was voor mij echt niet weggelegd.

Het confronteerde mij wel weer met hoe belangrijk de eigen rol van de patiënt is. Ik kon echt alleen mezelf genezen, in dit geval door 100% stil te zijn. Zoals in andere gevallen geldt dat je alleen geneest door trouw je medicatie te nemen, je dieet te volgen of je oefeningen te doen.

Dat was echt moeilijk en als ik niet precies had geweten waarvoor ik het deed (ik had een erg belangrijke presentatie 7 dagen later), dan had ik het niet vol kunnen houden en had het langer geduurd voor ik weer beter was.

Ook artsen lopen hier voortdurend tegenaan: de eigen rol van patiënten is cruciaal voor herstel en voor het gezond blijven. Therapietrouw is laag, in Nederland gemiddeld 70% volgens therapietrouwmonitor.nl. Volgens de WHO (Wereldgezondheids Organisatie) is het percentage in ontwikkelde landen zelfs maar 50% bij chronische aandoeningen. Zij schrijven:

“Poor adherence is the primary reason for not achieving the full health benefits medicines can provide to patients. It causes medical and psychosocial complications of disease, reduces patients’ quality of life, increases the likelihood of development of drug resistance and wastes health care resources”

Dit laat nogmaals het belang zien van gezamenlijk beslissen, zodat de patiënt écht achter zijn behandeling staat en weet waar hij het voor doet. Dit zal de therapietrouw wellicht niet naar 100% brengen, maar zeker verhogen. Ook leidt het samenwerken als een team ertoe dat een patiënt sneller contact met de arts opneemt als hij een bijwerking ervaart of als er iets verandert in zijn situatie. Anders zou hij wellicht gewoon met de behandeling stoppen. Momenteel doen zo’n 10% van de patiënten dit bij de meeste aandoeningen, volgens therapietrouwmonitor.nl.

En het mooie is dat dit ‘extra’ medicijngebruik leidt tot lagere kosten, zo schrijft de WHO ook:

“Poor adherence also leads to more frequent and longer hospital stays, use of emergency rooms and use of intensive care services. All of these are very expensive. In total, poor adherence is estimated to cost approximately $100 billion per year. Better adherence will not threaten health care budgets. On the contrary, adherence to those medicines already prescribed will result in a significant decrease in the overall health budget.”

Therapietrouw leidt dus tot betere zorg en daardoor tot lagere kosten. Wat wil je nog meer?

Samen voor beter zorg,
Wil Konings

Share Button

De toekomst van Geneeskunde-onderwijs

Kort geleden mocht ik les geven aan studenten Geneeskunde van de Radboud Universiteit. En niet alleen aan studenten, ook aan patiënten. In dezelfde groep dus. Het is onderdeel van het promotie-onderzoek van Thomas Vijn, binnen IQ Healthcare, een onderzoekscentrum van de universiteit.

Het revolutionaire en toch zo eenvoudige idee is om studenten en patiënten gezamenlijk op te leiden. De hypothese is dat je hierdoor betere artsen én betere patiënten krijgt. En dus betere zorg.

De sfeer tijdens de 2 uur durende sessie was heel bijzonder. Er was duidelijk sprake van gelijkwaardigheid tussen de artsen in spe en de patiënten. Bovendien waren zij zich steeds ook bewust van het perspectief van de ander, wat duidelijk bleek in de vragen die werden gesteld en tijdens de rollenspellen. Die verliepen in grote lijnen hetzelfde als een ‘normaal’ consult, maar tegelijkertijd waren ze compleet anders, juist door die andere sfeer.

Op deze manier creëer je geen kloof tussen artsen en patiënten, dus hoef je hem later ook niet te dichten. Dat voorkomt veel problemen. Verder was het mooi dat zowel de patiënten als de artsen in spe zich erg prettig voelden tijdens de rollenspellen. Een van de patiënten benoemde het zo: “Voor het eerst sinds jaren voel ik me geen patiënt als ik met een arts spreek.” Ook de studenten geneeskunde gaven aan dat juist deze manier van samenwerken en belangrijke reden voor hen was om te kiezen voor geneeskunde.

Ook bleek dat het één leidt tot het ander:  In de rollenspellen kwam onder andere het maken van een vervolgafspraak een bod. De standaard in dit scenario is: over 3 maanden komt de patiënt terug voor controle. Drie maanden is echter voor geen enkele patiënt de juiste termijn. Met sommige patiënten is er eerder iets aan de hand. 3 maanden is voor hen te laat. Met andere patiënten loopt alles prima, langskomen na 3 maanden is voor hen niet nodig (met no-shows dan wel nutteloze gesprekken tot gevolg).

Uit onderzoek blijkt dat het beter werkt om af te spreken dat de patiënt contact opneemt op het moment dat hij dat wil. Een van de artsen in spe gaf echter aan dat dat niet mogelijk is. Als je belt voor een afspraak ben je op zijn vroegst over een maand aan de beurt. Dat klopt helemaal en dat is het geval omdat we het zo georganiseerd hebben. Als we willen kunnen we het anders organiseren. Beter en slimmer.

Als bedrijfskundige wordt ik hier heel blij van. Als artsen iets willen veranderen, wordt het namelijk veel makkelijker de werkwijzen in het ziekenhuis aan te passen. En zo komen we weer een stap dichter bij de beste zorg. Een mooi spin-off effect van dit onderzoek.

Dit was overigens nog maar de eerste pilot uit het promotieonderzoek, met een kleine groep reumapatiënten en een gelijk aantal studenten. Er volgen meer pilots: met grotere groepen en met andere (chronische) aandoeningen. In de planning staan o.a. diabetes en borstkanker.

Uiteindelijke doel is te ontdekken wat het beste werkt en dit op te nemen in het standaard curriculum voor geneeskunde studenten. Misschien kun je een dergelijke opleiding ook verplicht stellen voor (langdurige) patiënten? Of het hen in ieder geval sterk aanraden? Dat zou mij geen slecht idee lijken.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Doktertje spelen

Doktertje spelen, wie heeft het vroeger niet gedaan? Het is sinds kort een van de favoriete spelletjes van mijn drie dochters. Ze zijn 4, 6 en 8 jaar en spelen vaak doktertje. Natuurlijk willen ze allemaal de dokter zijn en niemand de patiënt, zo komt het dat ik ook nog weleens patiënt ben.

Ook al hebben ze zelf, gelukkig, weinig ervaring bij de dokter, toch zijn er duidelijke regels. Zo moet de patiënt bij mijn meiden altijd wachten totdat de dokter hem roept. Dat gebeurt met de achternaam en ook de rest van het spel zeggen zowel dokter als patiënt uitsluitend ‘u’ tegen elkaar. Dan begint de dokter aan de onderzoeken. Hierbij stelt de dokter geen vragen aan de patiënt, maar doet slechts verschillende tests. Met een hamertje tegen de knie tikken is er altijd een van en leidt steevast tot grote hilariteit!

Na de onderzoeken weet de dokter altijd precies wat er aan de hand is. Het kan van alles zijn, opvallend is daarbij dat de ziekte vrijwel altijd de schuld van de patiënt is. De patiënt heeft niet juist gegeten (buikpijn), of niet goed opgelet (gebroken been) en krijgt dat ook van de dokter te horen. De behandeling wordt direct gestart en bestaat bijvoorbeeld uit een injectie (altijd leuk), pillen (rozijntjes) of gips om het gebroken been (een shawl van mij). Tenslotte is de patiënt de dokter zeer dankbaar en belooft dat hij zich nooit meer zo dom zal gedragen.

Leuk hoor, als de meiden lekker aan het spelen zijn, maar dit zette me toch wel aan het denken. Zoals ik al opmerkte hebben ze zelf gelukkig weinig ervaring met artsen. Toch hebben ze duidelijke beelden over hoe het er in een ziekenhuis aan toegaat. En plaatsen ze de arts duidelijk op een voetstuk. De patiënt speelt geen rol van betekenis. De patiënt wordt niets gevraagd, alleen duidelijk gemaakt wat hij verkeerd heeft gedaan. Hun beelden en aannames komen vanuit boeken, tv-programma’s, school en uiteraard wat ze thuis horen en meemaken. Dat alles vormt een aantal onbewuste denkbeelden, die zichtbaar worden tijdens zo’n spelletje. Als je je ervan bewust bent tenminste.

Overigens hebben kinderen (onjuiste) beelden over van alles, zoals indianen, prinsessen, en nog veel meer dingen die ze dagelijks naspelen en weinig met de echte realiteit van indianen of prinsessen te maken hebben. Op zich is dat niet erg, tot het moment dat je een echte indiaan of prinses tegenkomt en deze onbewuste denkbeelden een rol blijven spelen. Je vraagt je dan ineens af waar de verentooi van de indiaan is of waarom de prinses niet voortdurend pirouettes draait (de hoofdactiviteit van mijn meiden als ze een prinsessenjurk aanhebben 🙂

Bovenstaande situaties kunnen nog grappig zijn, een doktersbezoek is dat zelden.  Het spel deed mij uiteindelijk inzien hoe diep denkbeelden over artsen en patiënten in een samenleving verweven zitten. En hoe lastig het is ze werkelijk te veranderen. Gelukkig is dit wel mogelijk. Onderzoekers naar allerlei soorten vooroordelen geven aan dat bewustwording van vooroordelen de eerste stap is om ze aan te passen. Bij deze!

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

40 zaken die je moet weten over onnodig behandelen

Recent heeft de NFU (de acht academische ziekenhuizen) een lijst opgesteld van zinloze behandelingen. Bijzonder dat die er zijn en goed dat ze in kaart zijn gebracht. Deze maand gaat het artikel over de 40 zaken die je moet weten over onnodig behandelen:

  1. Er zijn 1366 niet-doen-verrichtingen in kaart gebracht
  2. Voor deze verrichtingen bestaat geen wetenschappelijk bewijs
  3. Dit geldt overigens voor de helft van alles wat artsen doen
  4. Gelukkig is niet de helft zinloos, maar ‘slechts’ 1366 zaken
  5. 33% van de lijst gaat over nutteloze onderzoeken tijdens de diagnosefase
  6. Denk bijvoorbeeld aan een kijkoperatie bij knieklachten
  7. 40% van de lijst gaat over nutteloze medicatie
  8. Of te zware medicatie, die niet effectiever is dan lichtere medicatie
  9. Maar die wel meer bijwerkingen heeft voor de patiënt
  10. Hoe komt het nu dat artsen onnodige verrichtingen doen?
  11. Voor een groot deel doordat ze het zo hebben geleerd tijdens hun opleiding
  12. Of omdat ze het collega’s zien doen
  13. Of omdat behandelen nu eenmaal meer oplevert dan niet behandelen
  14. Of omdat behandelen makkelijker is dan praten
  15. Of omdat de patiënt om een nutteloze behandeling vraagt / deze eist
  16. Of omdat we nu eenmaal DBC’s hebben, dan moet er toch een B plaatsvinden
  17. Of voor de zekerheid (toch nog een extra scan)
  18. Of omdat het IT-systeem alleen werkt met waarden uit ons eigen lab
  19. Of omdat we het nu eenmaal altijd zo doen
  20. Is het erg dat er onnodige verrichtingen plaatsvinden? Ja, om meerdere redenen
  21. Het kost veel tijd van een toch al overbelaste groep mensen
  22. Andere patiënten moeten langer wachten op een nuttige verrichting als er patiënten voor hen zijn die nutteloze verrichtingen krijgen
  23. Ook bij onnodige verrichtingen kunnen er complicaties optreden waar de patiënt last van heeft
  24. Denk aan het te lang laten zitten van infuus of katheter, waardoor een infectie ontstaat
  25. En nutteloze medicatie heeft bijwerkingen waar de patiënt last van heeft
  26. En hierdoor blijft de patiënt langer ziek thuis van het werk
  27. En nutteloze verrichtingen kosten veel geld
  28. Als de patiënt nog eigen risico ‘over’ heeft, merkt hij dit direct in zijn portemonnee
  29. Het ziekenhuis bereikt het afgesproken plafond met de zorgverzekeraar eerder
  30. Hoe veranderen we dit?
  31. Door meer wetenschappelijk onderzoek dat (non)resultaten aantoont
  32. Door meer onderzoek dat vaststelt bij welke patiënt een middel werkt en bij welke niet
  33. Door artsen m.b.v. spiegelinformatie zelf hun resultaten te laten verbeteren
  34. Door verzekeraars ziekenhuizen te laten kiezen op kwaliteit, niet op kosten
  35. Door patiënten vooraf te informeren over slagingspercentages van alle opties, ook van ‘niets doen
  36. Is er ook goed nieuws? Ja, we zijn al op de goede weg
  37. Vrijwel alle specialistenverenigingen onderzoeken verbeteringen
  38. Er worden al veel minde verstandskiezen preventief getrokken
  39. Er worden al veel minder buisjes in kinderoren geplaatst
  40. Kortom: Door samen te werken maken we de zorg beter én goedkoper

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Patiënten, vrouwen en kinderen eerst

Op schepen gold vroeger het credo “vrouwen en kinderen eerst”. Zij zijn immers zwak en kunnen zichzelf niet redden. In ziekenhuizen geldt het credo “de patiënt staat centraal”. Wat zegt dit over hoe ziekenhuizen naar patiënten kijken?

In het verleden hebben we al een aantal succesvolle emancipatiegolven gehad. Vrouwenemancipatie bijvoorbeeld. Waarom was dat zo succesvol? Omdat het de vrouwen waren die massaal hun BH’s uittrokken en duidelijk maakten dat zij niet op hun trouwdag hun verstand verloren. Daarna gingen de mannen hen anders behandelen. Homo-emancipatie is ook een mooi voorbeeld. Dit heeft gewerkt omdat het de homo’s zelf waren die vonden dat zij gewoon met hun vriend hand-in-hand op straat moesten kunnen lopen. Vervolgens gingen de hetero’s ze anders bekijken.

Nu gaat het over patiënten-emancipatie en natuurlijk kan deze emancipatiegolf alleen maar vanuit de patiënt zelf komen. Anders krijg je de situatie zoals we die kennen van de kinderbescherming. Kinderen zijn te zwak om zichzelf te organiseren en worden door de ‘grote mensen’ bemoederd. Op deze manier versterkt kinderbescherming bovendien alleen maar het beeld van het zwakke kind dat niet voor zichzelf kan opkomen.

Laten we niet in deze valkuil stappen bij de patiënt. Natuurlijk mankeren patiënten iets, maar ze zijn zeker in staat om voor hun belang op te komen. Als ze tenminste niet sufbemoederd worden. Uitgaan van hun mogelijkheden en kracht is van essentieel belang, anders krijgen we patiënten-bescherming en geen patiënten-empowerment.

Daarom moet ‘het ziekenhuis’ of ‘de arts’ dus nooit de patiënt centraal stellen. Alleen de patiënt zelf kan de patiënt centraal stellen. Wat kan het ziekenhuis of de arts dan wel doen? Ervan uitgaan dat er een krachtige en competente patiënt zal binnenstappen. En daar je werkwijze op aanpassen. Hoe?

Op het jubileum was ook Epke
Op het jubileum was ook Epke, arts in opleiding en mijn held, omdat hij mijn oudste dochter aan het sporten heeft gekregen!

Vorige week was ik op het jubileum van de Vereniging van Ziekenhuizen, waar ik o.a. de volgende praktische, en soms ook controversiële, adviezen heb gegeven. Hier weergegeven zonder nuancering en mitsen en maren. Al deze zaken vinden al plaats in sommige ziekenhuizen, als experiment of als standaard werkwijze:

  • Ga altijd uit van gezamenlijke verantwoordelijkheid van patiënt en arts
  • Laat patiënten verplicht het consult voorbereiden, bijvoorbeeld door hun vragen op papier te zetten
  • Geef patiënten standaard een lege option grid, waarin ze in dialoog met de arts/verpleegkundige zelf alle behandelopties opschrijven
  • Leg mensen die een electieve operatie ondergaan niet al vóór de operatie in bed
  • Laat mensen in het ziekenhuis zelf hun medicatie beheren en innemen

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Zorg punt nu

Er is sinds kort een nieuw zorgprogramma, Zorg.nu, dat wekelijks live wordt uitgezonden en wordt gepresenteerd door Antoinette Hertsenberg. We kennen haar vooral van ‘hijgerige’ programma’s als Opgelicht en Radar.

Tijdens mijn werk in ziekenhuizen ben ik ambivalent tegenover de journalistiek komen te staan. Over het algemeen hebben journalisten in mijn optiek een zeer positieve invloed. Door zaken aan het licht te brengen kun je ze veranderen en hopelijk verbeteren. Zeker in de zorg, waarin van oudsher een grote informatie-ongelijkheid is, is het nuttig als de patiënt beter begrijpt hoe die zorg in elkaar zit.

Tegelijkertijd heb ik ook gezien wat er gebeurt als een ziekenhuis / afdeling / specialisme plotseling negatief in het nieuws komt. Of het nu gaat om een ziekenhuisbacterie, een ‘medische misser’ of nieuwe bijwerkingen van een bepaald middel, de journalisten duiken massaal op dit nieuws en het effect is dat er op de bewuste plek over weinig anders meer gesproken wordt. Het gaat alleen nog over dit onderwerp en hoe met de media om te gaan. En nauwelijks over het inhoudelijk verbeteren van de zorg en hoe met de patiënt om te gaan.

Het feit dat vooral negatieve berichten en medische missers in beeld komen, maakt het niet beter. Helaas verkoopt een sensationeel drama nu eenmaal beter dan een geweldige doorbraak of verbetering. Die komen ook wel in het nieuws, maar veel minder prominent.

antoinetteWat dat betreft kan Zorg.nu een mooie bijdrage leveren. De eerste paar afleveringen gaan ook wel over zaken die niet goed lopen, maar zijn zeker niet ‘hijgerig’. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over de zeer hoge werkdruk die verpleegkundigen rapporteren. Maar wel op zo’n manier dat we meer inzicht krijgen in hun dagelijks werk en er meer begrip ontstaat voor hun situatie. Klik hier voor meer informatie of als je een aflevering wilt terugkijken.

Ik ben benieuwd naar de daadwerkelijke veranderingen waar patiënten en zorgprofessionals iets van merken. Uit de eerste afleveringen maak ik op dat die er zeker gaan komen. Complimenten voor Antoinette en haar team.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button