Categorie archief: De patiënt

Dr. Google wordt steeds beter

Eerder dit jaar pakte de Consumentengids groot uit met een onderzoek naar hoe goed ‘Dr. Google’ inmiddels kan diagnosticeren. “1 op 5 diagnoses onjuist” stond in chocoladeletters op de cover. Interessant, ik zou juist stellen: al 4 op de 5 diagnoses juist!

De Consumentenbond had een groep leden allemaal een lijst symptomen meegegeven. Zij moesten zelf, met behulp van Google ontdekken bij welke diagnose dit hoorde. Gewone mensen, geen medische achtergrond, en dan in 80% van de gevallen tot de juiste diagnose komen. Ik vond het eigenlijk best knap! Maar dus ook 20% foute diagnoses. Dus is het nu goed dat mensen hun symptomen op internet opzoeken of niet?

hospital photoEigenlijk is het antwoord op die vraag irrelevant. Feit is nu eenmaal dat steeds meer mensen hun symptomen opzoeken. Belangrijk is daarbij vooral dat ze op de juiste plek zoeken, dat ze betrouwbare informatie vinden, begrijpelijke informatie, relevante informatie waar ze iets aan hebben tijdens hun gesprek met de arts en tijdens het kiezen of volgen van een behandeling. Gelukkig gaat de overgrote meerderheid al met de gevonden informatie terug naar de arts. Als we er dus voor kunnen zorgen dat mensen op de juiste plek zoeken, zal dat in veel gevallen bijdragen aan betere keuzes / verwachtingen / therapietrouw / resultaten.

Gelukkig is hier in een aantal ziekenhuizen al aandacht voor, toch kan het in mijn optiek op veel plekken nog een stuk beter. Het beste voorbeeld vind ik nog altijd het ziekenhuis waar patiënten eerst keuze-informatie krijgen van hun behandelend arts en daarna van de verpleegkundige. Vervolgens kunnen ze thuis zaken nalezen én krijgen ze betrouwbare websites mee. Tenslotte is er de mogelijkheid te bellen met patiënten die eerder voor deze keuze stonden. Een prachtige mix, die leidt tot veel betere gesprekken én resultaten. (Lees er meer over in “De patiënt komt zo bij u”.)

Zorg er dus voor dat je weet waar betrouwbare informatie te vinden is en geef die op verschillende manieren aan patiënten, dan worden we allemaal beter.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button
Maria Callas, a masterful bel canto singer, performs in the title role of Bellini's Norma in Paris, May 23, 1964

Leren te leren

Recent berichtte het DICA dat goede registratie honderden ziekenhuisdoden kan schelen, (lees het hier op de site van BNR). Natuurlijk maakt de registratie op zich niet het verschil, maar het feit dat artsen nu kunnen leren welke methode het beste werkt. En wat ‘het beste’ is, is gebaseerd op de resultaten van de behandeling. In het bijzonder het aantal sterfgevallen. Goede registratie levert de benodigde data hiervoor.

En nu blijkt: als je ziet dat je niet de beste bent, ga je actie ondernemen om dat te worden. Als je wel de beste bent is dat een prachtige stimulans om nog beter te worden en echt te excelleren! Dan is het nog wel nodig dat artsen ‘leren om te leren’. DICA zegt hierover: “we weten dat het openbaar maken van die gegevens ook een prikkel is voor zorgverleners om een tandje bij te zetten en het nog beter te doen.

Met de hoge werkdruk vandaag de dag wil ik echter stellen dat het vrijwel onmogelijk is er nóg een tandje bij te zetten. Wat we moeten leren is hoe op een slimme manier te leren. Zodat iedereen betere resultaten levert, minder fouten hoeft te herstellen en hierdoor een beetje tijd overhoudt. Deze tijd kan weer gebruikt worden om nog slimmer te leren werken/behandelen/diagnosticeren, waardoor er weer meer tijd overblijft. Een ding is zeker namelijk: aan het leren en aan het verbeteren van de zorg komt geen einde.

leerboek photoEigenlijk is het best bijzonder dat artsen moeten leren te leren. Als er één groep is die lang in de schoolbanken heeft gezeten, dan zijn het wel artsen. Toch is die manier van leren niet de meest effectieve als je je vaardigheden steeds verder wilt aanscherpen en aanpassen. De manier waarop geneeskundestudenten leren is nog erg gebaseerd op boeken, waarin ‘de waarheid’ staat, die je vervolgens uit je hoofd moet leren.

Hoe anders is het leertraject als je operazanger bent. Natuurlijk moet je noten kunnen lezen en het helpt ook als je iets begrijpt van de achtergrond van de stukken die je zingt. Toch stellen we ons een operazanger-in-opleiding vooral voor op het podium van een lege zaal. Waar je oefent en oefent en oefent. En waar een valse noot of mislukte uithaal geen probleem is. Natuurlijk oefenen studenten geneeskunde ook, toch is het maken van fouten bij hen niet altijd zonder gevolgen.

Een ander aspect is dat een operazanger altijd blijft leren, blijft oefenen, zichzelf blijft evalueren en beter wil worden. Uiteraard halen artsen ook braaf hun Permante-Educatie-punten, maar van continu jezelf aanscherpen,  blijven evalueren en blijven leren lijkt in de praktijk minder sprake. Ik ben ervan overtuigd dat het merendeel van de artsen dit wel zou willen, graag zelfs. Helaas speelt ook hier de extreem hoge werkdruk weer een rol.

Daarom is het belangrijk klein te beginnen. Misschien slechts met het stellen van een vraag. Stel uzelf na de volgende afspraak/operatie/vergadering eens af: Als ik operazanger was, hoe zou ik mijn handelen dan beoordelen? En wat kan ik doen om het de volgende keer nog beter te doen? En hoe zorg ik ervoor dat wat nu goed ging, de volgende keer weer goed gaat?

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Aannames en ezels

Op een afdeling in een ziekenhuis mogen patiënten na een bepaalde operatie alleen vloeibaar voedsel eten. Dit weet iedereen, het is dan ook al jaren de afspraak en gaat vrijwel altijd goed. Dan doet het ziekenhuis een onderzoek naar de wensen van de patiënt en hoe zij nog betere service kunnen bieden. Een van de zaken die opvalt is dat de patiënten aangeven dat zij het niet prettig vinden om alleen vloeibaar voedsel te mogen eten. Maar ja, het hoort er nu eenmaal bij, dat zijn de regels.

Totdat iemand de vraag stelt: Waarom deze patiënten vloeibaar voedsel krijgen na de operatie? Het wordt gevraagd aan de arts, die aangeeft dat dat een richtlijn is vanuit de diëtist. Dus vraagt men het aan de diëtist, die aangeeft dat het een medische richtlijn is. Nu wordt het interessant!

Zoals ze in Engeland zeggen: "To assume is to make an ass-of-u-and-me"
Zoals ze in Engeland zeggen: “To assume is to make an ass-of-u-and-me”

De kwestie wordt uitgezocht en het blijkt dat vloeibare voeding in dit geval helemaal niet noodzakelijk is. Iedereen nam slechts aan dat het nodig was vanuit een andere discipline. We werken immers al jaren zo, dus het zal wel ergens voor nodig zijn. Op zich een plausibele aanname, maar nog altijd een aanname.

Deze afdeling veranderde het beleid en gaf de patiënten voortaan zelf de keus wat ze wilden eten. Het verwachte resultaat: Meer tevreden patiënten.

Daarnaast gebeurde er echter iets nog veel mooiers: De ligduur werd korter. Doordat de patiënten beter aten, herstelden zij sneller en konden ze eerder weer naar huis. Eigenlijk geen ‘rocket-science’ als je er over nadenkt, probleem is echter dat niemand de tijd heeft om over dit soort dingen na te denken, doordat er zo’n hoge werkdruk is op vrijwel alle plekken waar ik kom.

Het interessante is nu dit: Doordat op deze afdeling de ligduur voor een bepaalde operatie is teruggelopen, is ook de werkdruk minder. Hierdoor ontstaat er ruimte om na te denken over andere zaken die we wellicht slimmer kunnen aanpakken. Hierdoor kan de werkdruk verder dalen, waardoor er weer meer tijd vrij komt. En dat is de vicieuze cirkel waar je in terecht wilt komen.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Helemaal sprakeloos

Twee weken terug zat ik in de auto, onderweg naar een opdrachtgever. Het was ’s morgens heel vroeg, thuis sliep iedereen nog. Eenmaal onderweg wilde ik iets zeggen tegen de radio en toen gebeurde het: helemaal niets. Geen geluid.

Ok, niets aan de hand, even de keel schrapen en nog eens proberen. Nee hoor, niets. En dat is echt bizar kan ik je vertellen. Hoe ik ook probeerde geluid te produceren, er kwam niets. Ik kwam erachter dat ik wel kon fluisteren, dat is in ieder geval iets… Zo ben ik fluisterend de dag doorgekomen, tot ik op een rustig moment eens ging Googlen op wat er eigenlijk aan de hand kon zijn. Ik ontdekte dat er waarschijnlijk een verkoudheidsvirus in mijn stembanden was gaan wonen, waardoor die waren opgezwollen en niet meer werkten. Duurt meestal 4 tot 14 dagen (!) en o ja, het slechtste wat je kunt doen is: fluisteren, want daar wordt het alleen maar erger van…

Diezelfde dag ben ik nog langs de huisarts gereden (ik kon niet bellen om een afspraak te maken, dus moest er echt langs). Zij bevestigde het verkoudheids-virus vermoeden. Daar zijn geen medicijnen voor, de ‘behandeling’ bestaat uit: Totale stilte

Werken was sowieso niet mogelijk, maar ja, de kinderen moesten wel eten, naar bed, de boodschappen moesten gedaan worden. Regelmatig ging mijn telefoon, maar opnemen had geen zin. Wat een situatie…

Het naarste vond ik nog dat ik niet wist hoe lang het zou duren. Welke afspraken moest ik afzeggen en welke kon ik nog nakomen?

Sommige mensen wensten me toe dat ik genoot van de ‘kracht van de stilte’. Ongetwijfeld met de beste bedoelingen, maar dat was voor mij echt niet weggelegd.

Het confronteerde mij wel weer met hoe belangrijk de eigen rol van de patiënt is. Ik kon echt alleen mezelf genezen, in dit geval door 100% stil te zijn. Zoals in andere gevallen geldt dat je alleen geneest door trouw je medicatie te nemen, je dieet te volgen of je oefeningen te doen.

Dat was echt moeilijk en als ik niet precies had geweten waarvoor ik het deed (ik had een erg belangrijke presentatie 7 dagen later), dan had ik het niet vol kunnen houden en had het langer geduurd voor ik weer beter was.

Ook artsen lopen hier voortdurend tegenaan: de eigen rol van patiënten is cruciaal voor herstel en voor het gezond blijven. Therapietrouw is laag, in Nederland gemiddeld 70% volgens therapietrouwmonitor.nl. Volgens de WHO (Wereldgezondheids Organisatie) is het percentage in ontwikkelde landen zelfs maar 50% bij chronische aandoeningen. Zij schrijven:

“Poor adherence is the primary reason for not achieving the full health benefits medicines can provide to patients. It causes medical and psychosocial complications of disease, reduces patients’ quality of life, increases the likelihood of development of drug resistance and wastes health care resources”

Dit laat nogmaals het belang zien van gezamenlijk beslissen, zodat de patiënt écht achter zijn behandeling staat en weet waar hij het voor doet. Dit zal de therapietrouw wellicht niet naar 100% brengen, maar zeker verhogen. Ook leidt het samenwerken als een team ertoe dat een patiënt sneller contact met de arts opneemt als hij een bijwerking ervaart of als er iets verandert in zijn situatie. Anders zou hij wellicht gewoon met de behandeling stoppen. Momenteel doen zo’n 10% van de patiënten dit bij de meeste aandoeningen, volgens therapietrouwmonitor.nl.

En het mooie is dat dit ‘extra’ medicijngebruik leidt tot lagere kosten, zo schrijft de WHO ook:

“Poor adherence also leads to more frequent and longer hospital stays, use of emergency rooms and use of intensive care services. All of these are very expensive. In total, poor adherence is estimated to cost approximately $100 billion per year. Better adherence will not threaten health care budgets. On the contrary, adherence to those medicines already prescribed will result in a significant decrease in the overall health budget.”

Therapietrouw leidt dus tot betere zorg en daardoor tot lagere kosten. Wat wil je nog meer?

Samen voor beter zorg,
Wil Konings

Share Button

De toekomst van Geneeskunde-onderwijs

Kort geleden mocht ik les geven aan studenten Geneeskunde van de Radboud Universiteit. En niet alleen aan studenten, ook aan patiënten. In dezelfde groep dus. Het is onderdeel van het promotie-onderzoek van Thomas Vijn, binnen IQ Healthcare, een onderzoekscentrum van de universiteit.

Het revolutionaire en toch zo eenvoudige idee is om studenten en patiënten gezamenlijk op te leiden. De hypothese is dat je hierdoor betere artsen én betere patiënten krijgt. En dus betere zorg.

De sfeer tijdens de 2 uur durende sessie was heel bijzonder. Er was duidelijk sprake van gelijkwaardigheid tussen de artsen in spe en de patiënten. Bovendien waren zij zich steeds ook bewust van het perspectief van de ander, wat duidelijk bleek in de vragen die werden gesteld en tijdens de rollenspellen. Die verliepen in grote lijnen hetzelfde als een ‘normaal’ consult, maar tegelijkertijd waren ze compleet anders, juist door die andere sfeer.

Op deze manier creëer je geen kloof tussen artsen en patiënten, dus hoef je hem later ook niet te dichten. Dat voorkomt veel problemen. Verder was het mooi dat zowel de patiënten als de artsen in spe zich erg prettig voelden tijdens de rollenspellen. Een van de patiënten benoemde het zo: “Voor het eerst sinds jaren voel ik me geen patiënt als ik met een arts spreek.” Ook de studenten geneeskunde gaven aan dat juist deze manier van samenwerken en belangrijke reden voor hen was om te kiezen voor geneeskunde.

Ook bleek dat het één leidt tot het ander:  In de rollenspellen kwam onder andere het maken van een vervolgafspraak een bod. De standaard in dit scenario is: over 3 maanden komt de patiënt terug voor controle. Drie maanden is echter voor geen enkele patiënt de juiste termijn. Met sommige patiënten is er eerder iets aan de hand. 3 maanden is voor hen te laat. Met andere patiënten loopt alles prima, langskomen na 3 maanden is voor hen niet nodig (met no-shows dan wel nutteloze gesprekken tot gevolg).

Uit onderzoek blijkt dat het beter werkt om af te spreken dat de patiënt contact opneemt op het moment dat hij dat wil. Een van de artsen in spe gaf echter aan dat dat niet mogelijk is. Als je belt voor een afspraak ben je op zijn vroegst over een maand aan de beurt. Dat klopt helemaal en dat is het geval omdat we het zo georganiseerd hebben. Als we willen kunnen we het anders organiseren. Beter en slimmer.

Als bedrijfskundige wordt ik hier heel blij van. Als artsen iets willen veranderen, wordt het namelijk veel makkelijker de werkwijzen in het ziekenhuis aan te passen. En zo komen we weer een stap dichter bij de beste zorg. Een mooi spin-off effect van dit onderzoek.

Dit was overigens nog maar de eerste pilot uit het promotieonderzoek, met een kleine groep reumapatiënten en een gelijk aantal studenten. Er volgen meer pilots: met grotere groepen en met andere (chronische) aandoeningen. In de planning staan o.a. diabetes en borstkanker.

Uiteindelijke doel is te ontdekken wat het beste werkt en dit op te nemen in het standaard curriculum voor geneeskunde studenten. Misschien kun je een dergelijke opleiding ook verplicht stellen voor (langdurige) patiënten? Of het hen in ieder geval sterk aanraden? Dat zou mij geen slecht idee lijken.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

40 zaken die je moet weten over onnodig behandelen

Recent heeft de NFU (de acht academische ziekenhuizen) een lijst opgesteld van zinloze behandelingen. Bijzonder dat die er zijn en goed dat ze in kaart zijn gebracht. Deze maand gaat het artikel over de 40 zaken die je moet weten over onnodig behandelen:

  1. Er zijn 1366 niet-doen-verrichtingen in kaart gebracht
  2. Voor deze verrichtingen bestaat geen wetenschappelijk bewijs
  3. Dit geldt overigens voor de helft van alles wat artsen doen
  4. Gelukkig is niet de helft zinloos, maar ‘slechts’ 1366 zaken
  5. 33% van de lijst gaat over nutteloze onderzoeken tijdens de diagnosefase
  6. Denk bijvoorbeeld aan een kijkoperatie bij knieklachten
  7. 40% van de lijst gaat over nutteloze medicatie
  8. Of te zware medicatie, die niet effectiever is dan lichtere medicatie
  9. Maar die wel meer bijwerkingen heeft voor de patiënt
  10. Hoe komt het nu dat artsen onnodige verrichtingen doen?
  11. Voor een groot deel doordat ze het zo hebben geleerd tijdens hun opleiding
  12. Of omdat ze het collega’s zien doen
  13. Of omdat behandelen nu eenmaal meer oplevert dan niet behandelen
  14. Of omdat behandelen makkelijker is dan praten
  15. Of omdat de patiënt om een nutteloze behandeling vraagt / deze eist
  16. Of omdat we nu eenmaal DBC’s hebben, dan moet er toch een B plaatsvinden
  17. Of voor de zekerheid (toch nog een extra scan)
  18. Of omdat het IT-systeem alleen werkt met waarden uit ons eigen lab
  19. Of omdat we het nu eenmaal altijd zo doen
  20. Is het erg dat er onnodige verrichtingen plaatsvinden? Ja, om meerdere redenen
  21. Het kost veel tijd van een toch al overbelaste groep mensen
  22. Andere patiënten moeten langer wachten op een nuttige verrichting als er patiënten voor hen zijn die nutteloze verrichtingen krijgen
  23. Ook bij onnodige verrichtingen kunnen er complicaties optreden waar de patiënt last van heeft
  24. Denk aan het te lang laten zitten van infuus of katheter, waardoor een infectie ontstaat
  25. En nutteloze medicatie heeft bijwerkingen waar de patiënt last van heeft
  26. En hierdoor blijft de patiënt langer ziek thuis van het werk
  27. En nutteloze verrichtingen kosten veel geld
  28. Als de patiënt nog eigen risico ‘over’ heeft, merkt hij dit direct in zijn portemonnee
  29. Het ziekenhuis bereikt het afgesproken plafond met de zorgverzekeraar eerder
  30. Hoe veranderen we dit?
  31. Door meer wetenschappelijk onderzoek dat (non)resultaten aantoont
  32. Door meer onderzoek dat vaststelt bij welke patiënt een middel werkt en bij welke niet
  33. Door artsen m.b.v. spiegelinformatie zelf hun resultaten te laten verbeteren
  34. Door verzekeraars ziekenhuizen te laten kiezen op kwaliteit, niet op kosten
  35. Door patiënten vooraf te informeren over slagingspercentages van alle opties, ook van ‘niets doen
  36. Is er ook goed nieuws? Ja, we zijn al op de goede weg
  37. Vrijwel alle specialistenverenigingen onderzoeken verbeteringen
  38. Er worden al veel minde verstandskiezen preventief getrokken
  39. Er worden al veel minder buisjes in kinderoren geplaatst
  40. Kortom: Door samen te werken maken we de zorg beter én goedkoper

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Patiënten, vrouwen en kinderen eerst

Op schepen gold vroeger het credo “vrouwen en kinderen eerst”. Zij zijn immers zwak en kunnen zichzelf niet redden. In ziekenhuizen geldt het credo “de patiënt staat centraal”. Wat zegt dit over hoe ziekenhuizen naar patiënten kijken?

In het verleden hebben we al een aantal succesvolle emancipatiegolven gehad. Vrouwenemancipatie bijvoorbeeld. Waarom was dat zo succesvol? Omdat het de vrouwen waren die massaal hun BH’s uittrokken en duidelijk maakten dat zij niet op hun trouwdag hun verstand verloren. Daarna gingen de mannen hen anders behandelen. Homo-emancipatie is ook een mooi voorbeeld. Dit heeft gewerkt omdat het de homo’s zelf waren die vonden dat zij gewoon met hun vriend hand-in-hand op straat moesten kunnen lopen. Vervolgens gingen de hetero’s ze anders bekijken.

Nu gaat het over patiënten-emancipatie en natuurlijk kan deze emancipatiegolf alleen maar vanuit de patiënt zelf komen. Anders krijg je de situatie zoals we die kennen van de kinderbescherming. Kinderen zijn te zwak om zichzelf te organiseren en worden door de ‘grote mensen’ bemoederd. Op deze manier versterkt kinderbescherming bovendien alleen maar het beeld van het zwakke kind dat niet voor zichzelf kan opkomen.

Laten we niet in deze valkuil stappen bij de patiënt. Natuurlijk mankeren patiënten iets, maar ze zijn zeker in staat om voor hun belang op te komen. Als ze tenminste niet sufbemoederd worden. Uitgaan van hun mogelijkheden en kracht is van essentieel belang, anders krijgen we patiënten-bescherming en geen patiënten-empowerment.

Daarom moet ‘het ziekenhuis’ of ‘de arts’ dus nooit de patiënt centraal stellen. Alleen de patiënt zelf kan de patiënt centraal stellen. Wat kan het ziekenhuis of de arts dan wel doen? Ervan uitgaan dat er een krachtige en competente patiënt zal binnenstappen. En daar je werkwijze op aanpassen. Hoe?

Op het jubileum was ook Epke
Op het jubileum was ook Epke, arts in opleiding en mijn held, omdat hij mijn oudste dochter aan het sporten heeft gekregen!

Vorige week was ik op het jubileum van de Vereniging van Ziekenhuizen, waar ik o.a. de volgende praktische, en soms ook controversiële, adviezen heb gegeven. Hier weergegeven zonder nuancering en mitsen en maren. Al deze zaken vinden al plaats in sommige ziekenhuizen, als experiment of als standaard werkwijze:

  • Ga altijd uit van gezamenlijke verantwoordelijkheid van patiënt en arts
  • Laat patiënten verplicht het consult voorbereiden, bijvoorbeeld door hun vragen op papier te zetten
  • Geef patiënten standaard een lege option grid, waarin ze in dialoog met de arts/verpleegkundige zelf alle behandelopties opschrijven
  • Leg mensen die een electieve operatie ondergaan niet al vóór de operatie in bed
  • Laat mensen in het ziekenhuis zelf hun medicatie beheren en innemen

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Zorg punt nu

Er is sinds kort een nieuw zorgprogramma, Zorg.nu, dat wekelijks live wordt uitgezonden en wordt gepresenteerd door Antoinette Hertsenberg. We kennen haar vooral van ‘hijgerige’ programma’s als Opgelicht en Radar.

Tijdens mijn werk in ziekenhuizen ben ik ambivalent tegenover de journalistiek komen te staan. Over het algemeen hebben journalisten in mijn optiek een zeer positieve invloed. Door zaken aan het licht te brengen kun je ze veranderen en hopelijk verbeteren. Zeker in de zorg, waarin van oudsher een grote informatie-ongelijkheid is, is het nuttig als de patiënt beter begrijpt hoe die zorg in elkaar zit.

Tegelijkertijd heb ik ook gezien wat er gebeurt als een ziekenhuis / afdeling / specialisme plotseling negatief in het nieuws komt. Of het nu gaat om een ziekenhuisbacterie, een ‘medische misser’ of nieuwe bijwerkingen van een bepaald middel, de journalisten duiken massaal op dit nieuws en het effect is dat er op de bewuste plek over weinig anders meer gesproken wordt. Het gaat alleen nog over dit onderwerp en hoe met de media om te gaan. En nauwelijks over het inhoudelijk verbeteren van de zorg en hoe met de patiënt om te gaan.

Het feit dat vooral negatieve berichten en medische missers in beeld komen, maakt het niet beter. Helaas verkoopt een sensationeel drama nu eenmaal beter dan een geweldige doorbraak of verbetering. Die komen ook wel in het nieuws, maar veel minder prominent.

antoinetteWat dat betreft kan Zorg.nu een mooie bijdrage leveren. De eerste paar afleveringen gaan ook wel over zaken die niet goed lopen, maar zijn zeker niet ‘hijgerig’. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over de zeer hoge werkdruk die verpleegkundigen rapporteren. Maar wel op zo’n manier dat we meer inzicht krijgen in hun dagelijks werk en er meer begrip ontstaat voor hun situatie. Klik hier voor meer informatie of als je een aflevering wilt terugkijken.

Ik ben benieuwd naar de daadwerkelijke veranderingen waar patiënten en zorgprofessionals iets van merken. Uit de eerste afleveringen maak ik op dat die er zeker gaan komen. Complimenten voor Antoinette en haar team.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Artsendilemma’s

Momenteel ben ik bezig met een Engelse vertaling van het boek “De Power Patiënt”, waarschijnlijk kun je de titel wel raden. Het boek moet daarvoor niet alleen vertaald worden, maar er zijn b.v. ook internationale cijfers nodig, in plaats van de Nederlandse statistieken. Verder is het van belang de voorbeelden en verhalen te checken. Zo staat er in de Nederlandse versie een verhaal van een aanstaande moeder die van verloskundige wisselt, omdat ze graag thuis wil bevallen. Een verhaal waar men in het buitenland toch anders tegenaan kijkt dan bij ons.

Toch zijn de meeste verhalen universeel en tijdloos, zoals het volgende, dat ik opnieuw las en dat weer grote indruk op me maakte: Het gaat over een dame van 85 jaar, zij wordt verward en in slechte conditie opgenomen in het ziekenhuis. De dame kan niet meer begrijpelijk spreken. Ze is hart- en leverpatiënt, maar het is onduidelijk of haar klachten daarmee te maken hebben:

Eerst onderzoeken cardiologen en internisten haar, maar vinden niets. Na twee weken wordt ze overgeplaatst naar neurologie: op een scan is een tumor te zien die op de hersenen (en het spraakcentrum) drukt. De enige manier om erachter te komen hoe ernstig het is: een biopsie via een ‘kleine’ hersenoperatie. Voor de behandeling maakt het volgens haar neuroloog echter niet uit of het om een kwaadaardig of goedaardig gezwel gaat en ook niet of het gezwel snel groeit: de tumor is te groot om te verwijderen, zo’n operatie zou zij niet overleven. Hij bespreekt dit met haar zoons.

Deze zoons spreken later met een andere arts, die ze vertelt dat ze toch die ‘kleine’ bioptoperatie willen doen. Volgens deze arts is dat nodig om de diagnose en daarmee het vervolg duidelijk te krijgen. Ook bespreekt de arts met hen dat zelfs deze diagnostische operatie risicovol is vanwege de broze toestand van hun moeder, zij zou kunnen overlijden. Na dit gesprek zijn de zoons verdrietig en gefrustreerd. Zij begrijpen niet waarom het advies is veranderd en de operatie ineens wél nodig of nuttig is.

Uiteindelijk volgt er een nieuw gesprek met de eerste neuroloog, die eerlijk uitlegt dat er een meningsverschil was in de artsengroep. De operatie is vooral interessant voor de behandelaars en de familie. Afwachten geeft de patiënt meer kansen, ook al zouden de artsen en de familie meer onzekerheid hebben over het verdere verloop. De familie kiest er uiteindelijk voor hun moeder geen operatie te laten ondergaan. Ze heeft nog twee maanden geleefd. Prettige en rustige maanden voor de familie. Zij zijn de behandelend neuroloog dankbaar voor zijn open communicatie. Hij besprak heel eerlijk de dilemma’s die artsen normaal binnenskamers houden.

Zoiets is natuurlijk nooit zwart-wit. Er zitten vele kanten aan een dergelijke casus, en aan veel andere gevallen waar artsen mee te maken krijgen. Het is zelden mogelijk om vooraf te zeggen of een besluit ‘goed’ of ‘fout’ is. Soms kan dit achteraf zo blijken en soms is het ook achteraf onduidelijk.

Sommige artsen hebben dagelijks met dit soort dilemma’s te maken. De meeste families slechts enkele keren in hun leven. Des te belangrijker is het om de familie mee te nemen in de overwegingen en samen tot een beslissing te komen, waar de betrokkenen later goed op terug kijken en vrede mee hebben. Zoals in het bovenstaande geval gelukkig uiteindelijk gelukt is.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Patiëntgerichte zorg: wat moet ik er mee?

Het zal u niet ontgaan zijn dat de patiënt momenteel centraal staat in de zorg. Op papier dan natuurlijk, op heel veel papier. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) noemt ‘De patiënt als partner’ zelfs als eerste van zijn negen speerpunten uit het strategiedocument ‘Zorg voor 2020’. De minister van Volksgezondheid schrijft in april 2016 in een brief aan de Tweede Kamer over de resultaten van maar liefst 53 acties in het kader van het ‘Jaar van de Transparantie’. En ikzelf schreef zelfs een heel boek vol over wat patiënten zelf kunnen doen om betere zorg te krijgen: ‘De Power Patiënt’.
In verband daarmee geef ik veel lezingen, onder andere voor patiëntenverenigingen, en steeds stel ik mensen de vraag: “Als u als patiënt in het ziekenhuis bent, wat doet u dan het grootste deel van uw tijd?“. Ik krijg altijd hetzelfde antwoord: “Wachten“.

Staat de patiënt centraal in de praktijk? Nog niet in ieder geval. Moet de patiënt centraal staan? Ik ben ervan overtuigd dat dat grote voordelen heeft. Voor artsen en verpleegkundigen, voor de maatschappij als geheel en voor de patiënt zelf natuurlijk. En gelukkig ben ik niet de enige die er zo over denkt, er zijn hele studies uitgevoerd naar de effecten van Patient Centered Care en Value Based Healthcare. Wat betekent dat nu voor u als zorgbestuurder of beleidsmaker? Wat kunt u er mee? Wat moet u ermee?

Wat niet helpt, is dat we de huidige werkwijze en vooral de huidige manier van organiseren altijd al zo gewend zijn. We zien normaliter niet zo gemakkelijk hoe het beter kan. Als bedrijfskundige houd ik ervan te leren van wat er in andere sectoren aan ontwikkelingen en innovaties is. Neem bijvoorbeeld de vliegtuigindustrie. De volgende keer dat u over een vliegveld wandelt, denk dan eens na over hoe intuïtief de logistiek in uw ziekenhuis is. En als u door de verplichte veiligheidsscreening gaat, bedenk dan hoe soepel of traag verloopt de verplichte pre-operatieve screening in uw ziekenhuis loopt. Weet u overigens waarom een passagiersvliegtuig geen schietstoel heeft voor de piloot? Technologisch gezien is het geen enkel probleem om hem in te bouwen, natuurlijk. Het feit dat de piloot er (ook) niet uit kan, helpt echter bij het nemen van klantgerichte beslissingen. Zo’n piloot doet toch net iets harder zijn best de kist veilig aan de grond te krijgen…

Het kan ook dichter bij huis: Bezoek uw eigen ziekenhuis eens als patiënt. De beste ervaring krijgt u natuurlijk als u daadwerkelijk iets mankeert. Als u kerngezond bent, kunt u ook doen alsof u ziek bent (uiteraard vertelt u dit aan alle zorgprofessionals die u tegenkomt) en vervolgens het proces van een echte patiënt doorlopen. Net als in het Britse tv-programma ‘Undercover Boss’, waarin CEO’s een paar dagen hun eigen werkvloer bezoeken, opent dit vaak veel ogen. En leidt het bovenal tot een andere manier van kijken. En daar waren we naar op zoek.

U kunt ook gebruik maken van de mooie voorbeelden die er al zijn in andere ziekenhuizen, zowel in Nederland als erbuiten. U vindt er veel op de NVZ-site. En dan niet denken ‘Not invented here’ of ‘Bij ons is dat toch anders’, maar proberen te zien wat er wel werkt of kan werken in uw ziekenhuis.

03. Work together as a teamMijn laatste advies betreft het lezen van ‘De Power Patiënt’ , tegenwoordig ook als e-book verkrijgbaar en zelfs als TED-talk. Het bevat veel ervaringen van zowel patiënten als artsen over wat zij zoal meemaken en geeft een mooie toekomstvisie op hoe onze zorg eruit kan zien als de patiënt daadwerkelijk centraal komt te staan.

Ik wens u allen een mooie patient journey en hoor graag uw reisverhalen.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button