Categorie archief: De patiënt

Zorg punt nu

Er is sinds kort een nieuw zorgprogramma, Zorg.nu, dat wekelijks live wordt uitgezonden en wordt gepresenteerd door Antoinette Hertsenberg. We kennen haar vooral van ‘hijgerige’ programma’s als Opgelicht en Radar.

Tijdens mijn werk in ziekenhuizen ben ik ambivalent tegenover de journalistiek komen te staan. Over het algemeen hebben journalisten in mijn optiek een zeer positieve invloed. Door zaken aan het licht te brengen kun je ze veranderen en hopelijk verbeteren. Zeker in de zorg, waarin van oudsher een grote informatie-ongelijkheid is, is het nuttig als de patiënt beter begrijpt hoe die zorg in elkaar zit.

Tegelijkertijd heb ik ook gezien wat er gebeurt als een ziekenhuis / afdeling / specialisme plotseling negatief in het nieuws komt. Of het nu gaat om een ziekenhuisbacterie, een ‘medische misser’ of nieuwe bijwerkingen van een bepaald middel, de journalisten duiken massaal op dit nieuws en het effect is dat er op de bewuste plek over weinig anders meer gesproken wordt. Het gaat alleen nog over dit onderwerp en hoe met de media om te gaan. En nauwelijks over het inhoudelijk verbeteren van de zorg en hoe met de patiënt om te gaan.

Het feit dat vooral negatieve berichten en medische missers in beeld komen, maakt het niet beter. Helaas verkoopt een sensationeel drama nu eenmaal beter dan een geweldige doorbraak of verbetering. Die komen ook wel in het nieuws, maar veel minder prominent.

antoinetteWat dat betreft kan Zorg.nu een mooie bijdrage leveren. De eerste paar afleveringen gaan ook wel over zaken die niet goed lopen, maar zijn zeker niet ‘hijgerig’. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over de zeer hoge werkdruk die verpleegkundigen rapporteren. Maar wel op zo’n manier dat we meer inzicht krijgen in hun dagelijks werk en er meer begrip ontstaat voor hun situatie. Klik hier voor meer informatie of als je een aflevering wilt terugkijken.

Ik ben benieuwd naar de daadwerkelijke veranderingen waar patiënten en zorgprofessionals iets van merken. Uit de eerste afleveringen maak ik op dat die er zeker gaan komen. Complimenten voor Antoinette en haar team.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Artsendilemma’s

Momenteel ben ik bezig met een Engelse vertaling van het boek “De Power Patiënt”, waarschijnlijk kun je de titel wel raden. Het boek moet daarvoor niet alleen vertaald worden, maar er zijn b.v. ook internationale cijfers nodig, in plaats van de Nederlandse statistieken. Verder is het van belang de voorbeelden en verhalen te checken. Zo staat er in de Nederlandse versie een verhaal van een aanstaande moeder die van verloskundige wisselt, omdat ze graag thuis wil bevallen. Een verhaal waar men in het buitenland toch anders tegenaan kijkt dan bij ons.

Toch zijn de meeste verhalen universeel en tijdloos, zoals het volgende, dat ik opnieuw las en dat weer grote indruk op me maakte: Het gaat over een dame van 85 jaar, zij wordt verward en in slechte conditie opgenomen in het ziekenhuis. De dame kan niet meer begrijpelijk spreken. Ze is hart- en leverpatiënt, maar het is onduidelijk of haar klachten daarmee te maken hebben:

Eerst onderzoeken cardiologen en internisten haar, maar vinden niets. Na twee weken wordt ze overgeplaatst naar neurologie: op een scan is een tumor te zien die op de hersenen (en het spraakcentrum) drukt. De enige manier om erachter te komen hoe ernstig het is: een biopsie via een ‘kleine’ hersenoperatie. Voor de behandeling maakt het volgens haar neuroloog echter niet uit of het om een kwaadaardig of goedaardig gezwel gaat en ook niet of het gezwel snel groeit: de tumor is te groot om te verwijderen, zo’n operatie zou zij niet overleven. Hij bespreekt dit met haar zoons.

Deze zoons spreken later met een andere arts, die ze vertelt dat ze toch die ‘kleine’ bioptoperatie willen doen. Volgens deze arts is dat nodig om de diagnose en daarmee het vervolg duidelijk te krijgen. Ook bespreekt de arts met hen dat zelfs deze diagnostische operatie risicovol is vanwege de broze toestand van hun moeder, zij zou kunnen overlijden. Na dit gesprek zijn de zoons verdrietig en gefrustreerd. Zij begrijpen niet waarom het advies is veranderd en de operatie ineens wél nodig of nuttig is.

Uiteindelijk volgt er een nieuw gesprek met de eerste neuroloog, die eerlijk uitlegt dat er een meningsverschil was in de artsengroep. De operatie is vooral interessant voor de behandelaars en de familie. Afwachten geeft de patiënt meer kansen, ook al zouden de artsen en de familie meer onzekerheid hebben over het verdere verloop. De familie kiest er uiteindelijk voor hun moeder geen operatie te laten ondergaan. Ze heeft nog twee maanden geleefd. Prettige en rustige maanden voor de familie. Zij zijn de behandelend neuroloog dankbaar voor zijn open communicatie. Hij besprak heel eerlijk de dilemma’s die artsen normaal binnenskamers houden.

Zoiets is natuurlijk nooit zwart-wit. Er zitten vele kanten aan een dergelijke casus, en aan veel andere gevallen waar artsen mee te maken krijgen. Het is zelden mogelijk om vooraf te zeggen of een besluit ‘goed’ of ‘fout’ is. Soms kan dit achteraf zo blijken en soms is het ook achteraf onduidelijk.

Sommige artsen hebben dagelijks met dit soort dilemma’s te maken. De meeste families slechts enkele keren in hun leven. Des te belangrijker is het om de familie mee te nemen in de overwegingen en samen tot een beslissing te komen, waar de betrokkenen later goed op terug kijken en vrede mee hebben. Zoals in het bovenstaande geval gelukkig uiteindelijk gelukt is.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Patiëntgerichte zorg: wat moet ik er mee?

Het zal u niet ontgaan zijn dat de patiënt momenteel centraal staat in de zorg. Op papier dan natuurlijk, op heel veel papier. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) noemt ‘De patiënt als partner’ zelfs als eerste van zijn negen speerpunten uit het strategiedocument ‘Zorg voor 2020’. De minister van Volksgezondheid schrijft in april 2016 in een brief aan de Tweede Kamer over de resultaten van maar liefst 53 acties in het kader van het ‘Jaar van de Transparantie’. En ikzelf schreef zelfs een heel boek vol over wat patiënten zelf kunnen doen om betere zorg te krijgen: ‘De Power Patiënt’.
In verband daarmee geef ik veel lezingen, onder andere voor patiëntenverenigingen, en steeds stel ik mensen de vraag: “Als u als patiënt in het ziekenhuis bent, wat doet u dan het grootste deel van uw tijd?“. Ik krijg altijd hetzelfde antwoord: “Wachten“.

Staat de patiënt centraal in de praktijk? Nog niet in ieder geval. Moet de patiënt centraal staan? Ik ben ervan overtuigd dat dat grote voordelen heeft. Voor artsen en verpleegkundigen, voor de maatschappij als geheel en voor de patiënt zelf natuurlijk. En gelukkig ben ik niet de enige die er zo over denkt, er zijn hele studies uitgevoerd naar de effecten van Patient Centered Care en Value Based Healthcare. Wat betekent dat nu voor u als zorgbestuurder of beleidsmaker? Wat kunt u er mee? Wat moet u ermee?

Wat niet helpt, is dat we de huidige werkwijze en vooral de huidige manier van organiseren altijd al zo gewend zijn. We zien normaliter niet zo gemakkelijk hoe het beter kan. Als bedrijfskundige houd ik ervan te leren van wat er in andere sectoren aan ontwikkelingen en innovaties is. Neem bijvoorbeeld de vliegtuigindustrie. De volgende keer dat u over een vliegveld wandelt, denk dan eens na over hoe intuïtief de logistiek in uw ziekenhuis is. En als u door de verplichte veiligheidsscreening gaat, bedenk dan hoe soepel of traag verloopt de verplichte pre-operatieve screening in uw ziekenhuis loopt. Weet u overigens waarom een passagiersvliegtuig geen schietstoel heeft voor de piloot? Technologisch gezien is het geen enkel probleem om hem in te bouwen, natuurlijk. Het feit dat de piloot er (ook) niet uit kan, helpt echter bij het nemen van klantgerichte beslissingen. Zo’n piloot doet toch net iets harder zijn best de kist veilig aan de grond te krijgen…

Het kan ook dichter bij huis: Bezoek uw eigen ziekenhuis eens als patiënt. De beste ervaring krijgt u natuurlijk als u daadwerkelijk iets mankeert. Als u kerngezond bent, kunt u ook doen alsof u ziek bent (uiteraard vertelt u dit aan alle zorgprofessionals die u tegenkomt) en vervolgens het proces van een echte patiënt doorlopen. Net als in het Britse tv-programma ‘Undercover Boss’, waarin CEO’s een paar dagen hun eigen werkvloer bezoeken, opent dit vaak veel ogen. En leidt het bovenal tot een andere manier van kijken. En daar waren we naar op zoek.

U kunt ook gebruik maken van de mooie voorbeelden die er al zijn in andere ziekenhuizen, zowel in Nederland als erbuiten. U vindt er veel op de NVZ-site. En dan niet denken ‘Not invented here’ of ‘Bij ons is dat toch anders’, maar proberen te zien wat er wel werkt of kan werken in uw ziekenhuis.

03. Work together as a teamMijn laatste advies betreft het lezen van ‘De Power Patiënt’ , tegenwoordig ook als e-book verkrijgbaar en zelfs als TED-talk. Het bevat veel ervaringen van zowel patiënten als artsen over wat zij zoal meemaken en geeft een mooie toekomstvisie op hoe onze zorg eruit kan zien als de patiënt daadwerkelijk centraal komt te staan.

Ik wens u allen een mooie patient journey en hoor graag uw reisverhalen.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

“De patiënt komt zo bij u”

Patiëntgerichte zorg, Samen beslissen, Value Based Healthcare. Mooie termen en mooie beloften. En voor vrijwel alle ziekenhuizen zijn er nog heel wat stappen te zetten voordat de patiënt echt centraal staat in alle aspecten van het werk. Hoe zou het ziekenhuis er dan uitzien? Wat verandert er dan voor patiënten? En voor artsen? Twee voorbeelden uit de praktijk.

Het Griffin Hospital in Conneticut vormt een interessant voorbeeld van patiëntgerichte zorg. Dit ontstond op een moment dat het ziekenhuis juist slecht presteerde, zo slecht dat er steeds minder patiënten kwamen. Het ziekenhuis moest actie ondernemen en de nieuwe CEO, Patrick Charmel, begon daarmee in de verloskamers. Hij vroeg stellen die er recent bevallen waren wat zij graag anders hadden gezien in het ziekenhuis. Dat wisten ze wel: Tweepersoonsbedden, een bubbelbad, opvang voor hun oudere kinderen, etc, etc.

Het Griffin Hospital besloot al deze wensen in te willigen. Daar kwam nog heel wat bij kijken, maar het effect was groot: De patiënten vonden het geweldig en kwamen in grote getalen om er te bevallen. Deze werkwijze werd ook toegepast op andere afdelingen en na een aantal jaar kreeg het Griffin zelfs de notering “Top Quality Performer” van The Joint Commission (in Nederland bekend als JCI of Joint Commission International).

Andere Amerikaanse ziekenhuizen hebben in eerste instantie het moment aangepakt waarop arts en patiënt samen kiezen welke behandeling het beste is. Ook in Nederland wordt er hard aan gewerkt deze keuze steeds beter te maken, o.a. in speerpunten als “Samen Beslissen” en de “3 goede vragen” van de NPCF.

PillenIn de VS kozen ze hier voor: Eerst bespreekt de arts in de spreekkamer met de patiënt welke opties er zijn. Aangezien de tijd in de spreekkamer beperkt is, volgt hierna een uitgebreider gesprek met een verpleegkundige. De verpleegkundige bespreekt dezelfde opties en heeft de tijd om uitgebreider in te gaan op de consequenties en risico’s van elke optie. Bovendien krijgt de patiënt informatie mee op papier en wordt hij verwezen naar een betrouwbare website met nog meer informatie. Tot slot krijgt de patiënt de telefoonnummers mee van een aantal patiënten, van elke beschikbare optie is er een andere patiënt bereikbaar die die behandeling al heeft ondergaan.

Het blijkt dat de patiënten alle informatie ook in de genoemde volgorde doornemen. Als laatste bellen zij een patiënt, die hen uit persoonlijke ervaring meer kan vertellen over de optie die zij overwegen. Dit gesprek wordt door de patiënten als het meest waardevolle genoemd van alle informatie die ze gekregen hebben. Hierna heeft de patiënt weer een consult met zijn eigen arts, waarin hij zijn voorkeuren en overwegingen bespreekt en samen met de arts de uiteindelijke behandeling kiest.

De hele procedure kost voor artsen weinig tijd. Bovendien geven artsen aan dat het tweede gesprek met de patiënt veel beter verloopt, omdat de patiënt veel beter voorbereid is. Er wordt gesproken op een gelijkwaardig niveau. Dat is prettig voor de arts, die weet dat de patiënt een grondige keuze heeft gemaakt. Bovendien blijkt therapietrouw sterk toe te nemen bij deze patiënten, waardoor behandelingen effectiever zijn. Een mooie win-win!

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button
ProBeter - Spreker in de zorg

De wereld achter TED

Sinds mijn studietijd ben ik al gefascineerd door de filmpjes van TED. TED is ooit begonnen als jaarlijkse conferentie waar mensen “ideas worth spreading” met elkaar deelden. Die filmpjes werden ook online gezet, want ze werden toch opgenomen en zo konden de ideeën verspreid worden onder een groter publiek. In de loop van de tijd bleek dat de filmpjes miljoenen keren bekeken werden, terwijl er slechts een paar honderd mensen in de zaal zaten tijdens de conferentie zelf. Toen besloot TED zijn strategie te veranderen. Online droeg immers in de praktijk vele malen meer bij aan “idea spreading” dan het jaarlijkse congres.

Sindsdien worden er wereldwijd allerlei TEDx-conferenties gehouden. De “x” staat voor “onafhankelijk georganiseerd event”. Maar zo ‘onafhankelijk’ is het zeker niet. TED houdt de vinger behoorlijk aan de pols en bepaalt aan wie ze welke licentie afgeeft. En dat is weer afhankelijk van allerlei regels waar de organisatie zich aan moet houden.

08. Three out of ten patientsEind april mocht ik een TEDx-talk geven in Enschede, bij ‘mijn’ universiteit. Ik had een aantal maanden ervoor een auditie gedaan en betrad vanaf dat moment de wereld achter TED. En daar heb ik heel wat meegemaakt. Het eerste dat opvalt: TED = Engels. Ook al zijn er alleen Nederlanders in de zaal, we spreken Engels, natuurlijk zijn de audities in het Engels en ook de feedback die je krijgt (denk aan Idols) is in het Engels.

Een andere regel is: Geen commercie. Je mag geen reclame maken voor je eigen producten. Daarnaast mogen er ook geen namen van merken genoemd worden. Het gaat zo ver dat je niet mag zeggen dat je iets hebt “gegoogled”, je mag wel zeggen dat je het hebt “opgezocht op internet”. En dan is er nog “de stip”. Een mooie rode stip waarvandaan de spreker spreekt. Het blijkt dat de ene stip de andere niet is. Aan de grootte van de stip zou je ook weer dingen kunnen aflezen. Size matters, ook bij TED.

Dan is tot slot de timing erg belangrijk. Er is bij iedereen ingeramd dat je geen seconde langer mag spreken dan je toebedeeld was. In mijn geval 6 minuten. Exact. En geen seconde meer. Vandaar dat je sommige sprekers zenuwachtig ziet worden als ze onverwacht applaus krijgen, dat gaat van hun spreektijd af!

Erg goed vond ik dat er een introductiemiddag was voor alle sprekers. Uiteraard in het Engels. Daar kreeg iedereen ook een Speaker Coach. In mijn geval een zeer strenge-doch-rechtvaardige dame, die direct alle zwakke punten in mijn lichaamshouding, intonatie en tekst doorzag. Ik keek er dan ook behoorlijk tegenop de 1-op-1 coaching sessies te doen. En tegelijkertijd keek ik ernaar uit. Want zij heeft me enorm geholpen mijn verhaal en mijn presentatie aan te scherpen. Daardoor stond ik vorige week vol vertrouwen op het podium. En was ik er ook zo weer af. Want die 6 minuten leken slechts 6 seconden… Je kunt mijn TED-talk hier bekijken.

En zoals in mijn studententijd, blijf ik ook nu nog steeds gefascineerd door dit prachtige fenomeen. Dat geïnspireerde mensen in staat stelt hun ideeën te delen, waarna de hele wereld er zijn voordeel mee kan doen. Daarom deel ik graag een paar van mijn favoriete TED-talks:

Ik ben benieuwd wat je ervan vindt,

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Transparantie

Begin 2015 riep minister Schippers het “Jaar van de Transparantie” uit. De periode van maart 2015 tot maart 2016 stond in het teken van transparante  zorg.

Meer en betere informatie voor patiënten over de kwaliteit en de kosten van de zorg, dat is de essentie van het Jaar van de Transparantie “, volgens het Zorginstituut Nederland. Op hun site vind je meer informatie over wat het jaar heeft opgeleverd.

De meeste zorgprofessionals erkennen de waarde van goede en begrijpelijke informatie voor patiënten. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat het publiceren van verschillen tussen instellingen een positief effect heeft op de ‘score’ van instellingen over de gehele linie. Kennelijk stimuleren de cijfers de beste instellingen om het nog beter te doen. En stimuleren ze degenen die gemiddeld scoren of daaronder ook om het beter te doen. Dat op zich is al een reden om open te zijn over de kwaliteit van de geleverde zorg.

Een aandachtspunt is daarbij wel de tijdsinvestering die hoort bij het aanleveren van al deze gegevens. De meeste initiatieven in het “Jaar van de Transparantie” spreken over het belang van ‘informatievastlegging aan de bron’. Dat levert inderdaad de meest betrouwbare gegevens op. In de praktijk betekent dit echter vaak ‘informatievastlegging door de medisch professional’. Die staat immers aan de bron van de gegevens. En die heeft het al erg druk.

Wat een groot verschil zou maken is als we alleen díe gegevens hoeven aan te leveren die daadwerkelijk nuttig zijn voor vergelijking door patiënten of om de kwaliteit van de geleverde zorg te verhogen. Mijn persoonlijke inschatting is dat dat zo’n 25% is van alle indicatoren die we nu moeten bijhouden.

Daarnaast is het mogelijk gegevens te laten verzamelen door een andere ‘bron’, namelijk de patiënt. Bij bijvoorbeeld PROMs (Patient Reported Outcome Measures) is dat exact wat er gebeurt. Een ander voordeel van deze manier van meten is dat het de resultaten (Outcome) van de geleverde zorg meet, terwijl veel van de huidig gevraagde indicatoren gaan over hoe goed procedures worden gevolgd of over het volume van de geleverde zorg. Zaken die slechts indirect iets over de kwaliteit van zorg zeggen.

Wat is uw ervaring met het aanleveren van gegevens? En met het gebruiken ervan? Vergelijkt u de zorg in uw instelling met de zorg daarbuiten? En maken uw patiënten weleens gebruik van deze informatie?

Ik hoor het graag!

Voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Samen beslissen: simpel of complex?

Samen beslissen, dat klinkt zo simpel. Het zit direct in de ‘cirkel van invloed’ van de arts en uit onderzoek blijkt dat 2/3 van de patiënten ook samen wil beslissen. Simpel dus, voor zowel patiënt als arts.

Waarom gebeurt het dan nog niet overal? Omdat het tegelijkertijd ook complex is. Het is aan de ene kant complex voor de arts, met name omdat hij of zij anders gewend is en is opgeleid om zelf de beste beslissing te nemen. Toch begint hier inmiddels op veel vlakken verandering in te komen. Steeds meer studenten leren de patiënt actief te betrekken in besluitvorming en steeds meer artsen doen dit uit zichzelf.

Aan de andere kant is samen beslissen ook complex voor de meeste patiënten. Zij zitten immers niet voor niets tegenover hun arts. Ze zijn ziek, voelen zich zwak en realiseren zich heel goed hoe afhankelijk ze zijn. Dat dit geldt voor vrijwel alle patiënten blijkt uit het feit dat zelfs hoogopgeleide en mondige mensen dit fenomeen beschrijven. Toch is het een ander verhaal als je eigen gezondheid op het spel staat, of die van je kind.

Overigens zijn er ook diverse verhalen bekend van artsen die zelf patiënt worden. Zij verbazen zich over hoe anders het is om aan de andere kant van de tafel te zitten. Lees bijvoorbeeld dit verhaal van een uroloog die hartklachten kreeg.

Wat kun je doen als arts om je patiënt te helpen samen te beslissen? En eigenlijk: Om hem te helpen mede-verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen zorgtraject.

Heidag 20 jan 2016Over deze vraag heb ik recent gesproken met een aantal gynaecologen en vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties. Dit is een aantal van de dingen die ze noemden:

  • Geef begrijpelijke informatie
  • Geef al vóór het spreekuur informatie/een vragenlijst, zodat de patiënt zich beter kan voorbereiden
  • Vraag wat het doel is van de patiënt met het consult en wat voor hem belangrijk is
  • Geef meerdere opties en spreek met de patiënt over de voor- en nadelen ervan

Wat vind jij? Zijn patiënten (mede-)verantwoordelijk voor hun eigen zorg? En hoe kun je als arts een patiënt helpen om deze verantwoordelijkheid te nemen? En om echt samen te beslissen? Ik hoor het graag!

Voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

De Power Patiënt

Tijdens mijn werk in zorginstellingen merk ik vrijwel altijd hoe belangrijk het voor een organisatie is de patiënt centraal te stellen. Het gaat over ‘eigen regie’, ‘patient first’ of ‘patient centered-werken’. Allemaal mooie termen en de wil om ze te realiseren is er zeker. Tegelijkertijd zijn er twee dingen waar veel ziekenhuizen tegenaan lopen:

  1. Waar moet je beginnen? Wat is eigenlijk de patiënt centraal stellen? Hoe doe je dat?
  2. Waar halen we de tijd/het geld vandaan. Want de patiënt centraal stellen is zeker belangrijk, maar vaak niet urgent.

Dat laatste komt omdat veel andere dingen al urgent zijn. Er moeten bijvoorbeeld cijfers worden aangeleverd aan de toezichthouder, er zijn onderhandelingen met verzekeraars, er is een nieuwbouwlocatie/fusie/reorganisatie en soms is er gedoe binnen een bepaald onderdeel. Allemaal urgent. En ik begrijp het nog ook.

Maar hoe dan? Hoe krijgen we patiënt centraal écht op de agenda? Ik zeg: door de enorme potentie te gebruiken die patiënten zelf kunnen inzetten. In eerste instantie om hun eigen zorg te verbeteren, en in het verlengde daarvan de zorg van iedereen.

Want de voordelen voor de individuele patiënt zijn groot. Door je actief op te stellen in je eigen behandeling kun je ervoor zorgen dat je diagnose sneller bekend is. Je kunt eraan bijdragen dat je diagnose juist is. Je kunt de behandeling kiezen die het beste bij jou situatie past én je kunt je tijdens en na die behandeling actief inzetten voor je eigen herstel.

Bovendien is mijn hypothese dat, als 10% van de patiënten zich écht actief opstelt in hun behandeling, zorgprofessionals hun werkwijze zullen aanpassen. Eerst op het niveau van individuele artsen of verpleegkundigen.

Een voorbeeld: Als een aantal patiënten bewust kiest voor een behandeloptie die de arts niet als meest-voor-de-hand-liggend had gezien, zal die arts ook andere patiënten meerdere opties voorleggen en hén vragen mee te denken over wat in hun situatie de best passende behandeling is.

Als genoeg professionals hun werkwijze aanpassen, zal ook het ziekenhuis de manier van organiseren hierop aanpassen. Op dat moment is het centraal stellen van de patiënt namelijk urgent geworden. En het was al belangrijk, dus dat helpt.

Wil je meer weten over het boek, kijk op www.powerpatient.nl

Lees je dit artikel voor 11 november, dan kun je je nog aanmelden voor de boekpresentatie, op woensdagavond 11 november in Hilversum.

Lees je dit artikel na 11 november 2015 en heb je het boek gelezen, dan ben ik erg benieuwd naar je mening erover.

En wat is jouw eigen ervaring met het centraal stellen van de patiënt in het werk. In hoeverre gebeurt dit in jouw instelling in woorden én daden? Ik hoor het graag.

Voor optimaal resultaat, houd het simpel en fun,

Wil Konings

Share Button

De actieve patiënt

Het pbg, oftewel het PersoonsGebondenBudget, is de laatste tijd vaak negatief in het nieuws. Er is onder meer sprake van fraude door budgethouders en vertraging in de uitbetaling vanuit de SVB. Dit heeft geleid tot veel Kamerdebatten en negativiteit in het algemeen.

Tegelijkertijd blijkt het pgb-concept op zich juist uitstekend te werken: Het is goedkoper dan het alternatief ZiN (Zorg in Natura) en patiënten zweren erbij. Ze demonstreerden zelfs op het Malieveld toen het pgb grotendeels dreigde te verdwijnen.

Waarom? Wat maakt het verschil? Een patiënt met een pgb is zeer actief betrokken bij zijn eigen zorg. Zo’n patiënt blijkt mooie oplossingen voor elkaar te krijgen die voor zijn persoonlijke situatie goed werken. Zoals bijvoorbeeld blijkt uit het verhaal van Giesbert. Hij heeft een dwarsleasie en geeft aan hoe het pgb zijn kwaliteit van leven sterk verhoogd heeft.

Opname boektrailer
Opname boektrailer De Power Patiënt

Dit najaar komt een boek uit, dat ik heb geschreven, de titel is: “De Power Patiënt“. Deze week waren de opnames voor de “boektrailer”, net zoiets als een filmtrailer, maar dan voor een boek. Het boek is gericht op patiënten en laat hen zien wat de voordelen voor hen zijn van het zich actief opstellen in elke fase van hun ziekte. Die voordelen zijn groot: ze zijn sneller beter, krijgen een behandeling die zo goed mogelijk bij hen past, en hebben minder last van bijwerkingen, etc.

Wat ik steeds weer zie in mijn werk is dat dergelijke powerpatiënten ook veel voordelen hebben voor het ziekenhuis en de mensen die er werken. Een actieve patiënt is meer betrokken bij zijn behandeling, durft uit te spreken wat hem mankeert en stelt de vragen die hij heeft. Ook is zijn therapietrouw hoger en trekt hij eerder aan de bel bij eventuele bijwerkingen.

NB: Een powerpatiënt is actief en betrokken, maar heeft niet heel internet afgezocht en denkt het niet beter te weten dan de arts. Hij beschouwt zichzelf en zijn arts als gelijkwaardige partners.

Ik ben benieuwd of jij wel eens te maken hebt met patiënten die zich al zo gedragen. Laat het graag weten in een reactie!

Voor optimaal resultaat, houd het simpel en fun,

Wil Konings

Share Button

Hoe leer je een rups vliegen?

For the English version of this article, click here!

Managers met wie ik werk maken af en toe een onderscheid tussen twee categorieën medewerkers, laten we ze type A (actief) en type P (passief) noemen.

Type P werkt om geld te verdienen, wil dat het werk zekerheid biedt, is geïnteresseerd in de pensioenregeling. Deze groep praat veel over de stress die het werk met zich meebrengt, over eigenschappen van collega’s en over het hoger management dat hen niet betrekt. Groep P is meestal de grootste groep, zo’n 80% van de mensen. Voor hen is werken een noodzakelijk kwaad.

Groep A ziet dit heel anders. Groep A is bezig met zijn patiënten, met het ontwikkelen van zichzelf en met de toekomst van de organisatie. Groep A wil in meerdere opzichten een bijdrage leveren. Groep A ziet zaken als het werk zelf, maar ook trainingen en overleggen als kans om beter te worden. Groep A, helaas vaak de kleinste groep, ziet het als een voorrecht dit werk te mogen doen.

Een van de belangrijkste taken van de manager is om mensen van groep P naar groep A te bewegen. Dat levert veel voordelen op  voor de persoon zelf, voor de patiënt en voor de organisatie. Overstappen naar groep A is echter pas mogelijk als iemand zijn werk ziet als iets dat ertoe doet. Als hij het grotere geheel ziet.

Het goede nieuws is: Ik ben ervan overtuigd dat in de zorg van nature meer type A-mensen werken. Zij zagen het belang van hun werk toen ze ervoor kozen in de zorg te gaan werken. Wie ziet immers niet het belang van goede zorg? Door de manier waarop het werk is georganiseerd, verliest een groot deel van de mensen hun oorspronkelijke motivatie echter uit het oog.  Zij gaan werken en denken als type P.

Als je mensen helpt terug te keren naar type A, is het dus voldoende om te focussen op wat er in essentie al is. Op het terugvinden van de oorspronkelijke motivatie en compassie.

Daarnaast is het essentieel om ook de organisatie van het werk aan te passen. Door de organisatie van het werk zijn mensen immers gaan denken volgens type P. En het andere goede nieuws is: Ook het aanpassen van de organisatie van het werk is een van de taken van de manager. En bevindt zich in ieder geval deels in zijn invloedssfeer.

Ik ben benieuwd tot welk type je jezelf rekent. Heb je altijd volgens dat type gewerkt en gedacht? Op basis waarvan ben je verschoven?

Voor maximaal resultaat: houd het simpel en fun,

Wil Konings

Share Button