Alle berichten van Wil Konings

40 zaken die je moet weten over onnodig behandelen

Recent heeft de NFU (de acht academische ziekenhuizen) een lijst opgesteld van zinloze behandelingen. Bijzonder dat die er zijn en goed dat ze in kaart zijn gebracht. Deze maand gaat het artikel over de 40 zaken die je moet weten over onnodig behandelen:

  1. Er zijn 1366 niet-doen-verrichtingen in kaart gebracht
  2. Voor deze verrichtingen bestaat geen wetenschappelijk bewijs
  3. Dit geldt overigens voor de helft van alles wat artsen doen
  4. Gelukkig is niet de helft zinloos, maar ‘slechts’ 1366 zaken
  5. 33% van de lijst gaat over nutteloze onderzoeken tijdens de diagnosefase
  6. Denk bijvoorbeeld aan een kijkoperatie bij knieklachten
  7. 40% van de lijst gaat over nutteloze medicatie
  8. Of te zware medicatie, die niet effectiever is dan lichtere medicatie
  9. Maar die wel meer bijwerkingen heeft voor de patiënt
  10. Hoe komt het nu dat artsen onnodige verrichtingen doen?
  11. Voor een groot deel doordat ze het zo hebben geleerd tijdens hun opleiding
  12. Of omdat ze het collega’s zien doen
  13. Of omdat behandelen nu eenmaal meer oplevert dan niet behandelen
  14. Of omdat behandelen makkelijker is dan praten
  15. Of omdat de patiënt om een nutteloze behandeling vraagt / deze eist
  16. Of omdat we nu eenmaal DBC’s hebben, dan moet er toch een B plaatsvinden
  17. Of voor de zekerheid (toch nog een extra scan)
  18. Of omdat het IT-systeem alleen werkt met waarden uit ons eigen lab
  19. Of omdat we het nu eenmaal altijd zo doen
  20. Is het erg dat er onnodige verrichtingen plaatsvinden? Ja, om meerdere redenen
  21. Het kost veel tijd van een toch al overbelaste groep mensen
  22. Andere patiënten moeten langer wachten op een nuttige verrichting als er patiënten voor hen zijn die nutteloze verrichtingen krijgen
  23. Ook bij onnodige verrichtingen kunnen er complicaties optreden waar de patiënt last van heeft
  24. Denk aan het te lang laten zitten van infuus of katheter, waardoor een infectie ontstaat
  25. En nutteloze medicatie heeft bijwerkingen waar de patiënt last van heeft
  26. En hierdoor blijft de patiënt langer ziek thuis van het werk
  27. En nutteloze verrichtingen kosten veel geld
  28. Als de patiënt nog eigen risico ‘over’ heeft, merkt hij dit direct in zijn portemonnee
  29. Het ziekenhuis bereikt het afgesproken plafond met de zorgverzekeraar eerder
  30. Hoe veranderen we dit?
  31. Door meer wetenschappelijk onderzoek dat (non)resultaten aantoont
  32. Door meer onderzoek dat vaststelt bij welke patiënt een middel werkt en bij welke niet
  33. Door artsen m.b.v. spiegelinformatie zelf hun resultaten te laten verbeteren
  34. Door verzekeraars ziekenhuizen te laten kiezen op kwaliteit, niet op kosten
  35. Door patiënten vooraf te informeren over slagingspercentages van alle opties, ook van ‘niets doen
  36. Is er ook goed nieuws? Ja, we zijn al op de goede weg
  37. Vrijwel alle specialistenverenigingen onderzoeken verbeteringen
  38. Er worden al veel minde verstandskiezen preventief getrokken
  39. Er worden al veel minder buisjes in kinderoren geplaatst
  40. Kortom: Door samen te werken maken we de zorg beter én goedkoper

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Patiënten, vrouwen en kinderen eerst

Op schepen gold vroeger het credo “vrouwen en kinderen eerst”. Zij zijn immers zwak en kunnen zichzelf niet redden. In ziekenhuizen geldt het credo “de patiënt staat centraal”. Wat zegt dit over hoe ziekenhuizen naar patiënten kijken?

In het verleden hebben we al een aantal succesvolle emancipatiegolven gehad. Vrouwenemancipatie bijvoorbeeld. Waarom was dat zo succesvol? Omdat het de vrouwen waren die massaal hun BH’s uittrokken en duidelijk maakten dat zij niet op hun trouwdag hun verstand verloren. Daarna gingen de mannen hen anders behandelen. Homo-emancipatie is ook een mooi voorbeeld. Dit heeft gewerkt omdat het de homo’s zelf waren die vonden dat zij gewoon met hun vriend hand-in-hand op straat moesten kunnen lopen. Vervolgens gingen de hetero’s ze anders bekijken.

Nu gaat het over patiënten-emancipatie en natuurlijk kan deze emancipatiegolf alleen maar vanuit de patiënt zelf komen. Anders krijg je de situatie zoals we die kennen van de kinderbescherming. Kinderen zijn te zwak om zichzelf te organiseren en worden door de ‘grote mensen’ bemoederd. Op deze manier versterkt kinderbescherming bovendien alleen maar het beeld van het zwakke kind dat niet voor zichzelf kan opkomen.

Laten we niet in deze valkuil stappen bij de patiënt. Natuurlijk mankeren patiënten iets, maar ze zijn zeker in staat om voor hun belang op te komen. Als ze tenminste niet sufbemoederd worden. Uitgaan van hun mogelijkheden en kracht is van essentieel belang, anders krijgen we patiënten-bescherming en geen patiënten-empowerment.

Daarom moet ‘het ziekenhuis’ of ‘de arts’ dus nooit de patiënt centraal stellen. Alleen de patiënt zelf kan de patiënt centraal stellen. Wat kan het ziekenhuis of de arts dan wel doen? Ervan uitgaan dat er een krachtige en competente patiënt zal binnenstappen. En daar je werkwijze op aanpassen. Hoe?

Op het jubileum was ook Epke
Op het jubileum was ook Epke, arts in opleiding en mijn held, omdat hij mijn oudste dochter aan het sporten heeft gekregen!

Vorige week was ik op het jubileum van de Vereniging van Ziekenhuizen, waar ik o.a. de volgende praktische, en soms ook controversiële, adviezen heb gegeven. Hier weergegeven zonder nuancering en mitsen en maren. Al deze zaken vinden al plaats in sommige ziekenhuizen, als experiment of als standaard werkwijze:

  • Ga altijd uit van gezamenlijke verantwoordelijkheid van patiënt en arts
  • Laat patiënten verplicht het consult voorbereiden, bijvoorbeeld door hun vragen op papier te zetten
  • Geef patiënten standaard een lege option grid, waarin ze in dialoog met de arts/verpleegkundige zelf alle behandelopties opschrijven
  • Leg mensen die een electieve operatie ondergaan niet al vóór de operatie in bed
  • Laat mensen in het ziekenhuis zelf hun medicatie beheren en innemen

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Zorg punt nu

Er is sinds kort een nieuw zorgprogramma, Zorg.nu, dat wekelijks live wordt uitgezonden en wordt gepresenteerd door Antoinette Hertsenberg. We kennen haar vooral van ‘hijgerige’ programma’s als Opgelicht en Radar.

Tijdens mijn werk in ziekenhuizen ben ik ambivalent tegenover de journalistiek komen te staan. Over het algemeen hebben journalisten in mijn optiek een zeer positieve invloed. Door zaken aan het licht te brengen kun je ze veranderen en hopelijk verbeteren. Zeker in de zorg, waarin van oudsher een grote informatie-ongelijkheid is, is het nuttig als de patiënt beter begrijpt hoe die zorg in elkaar zit.

Tegelijkertijd heb ik ook gezien wat er gebeurt als een ziekenhuis / afdeling / specialisme plotseling negatief in het nieuws komt. Of het nu gaat om een ziekenhuisbacterie, een ‘medische misser’ of nieuwe bijwerkingen van een bepaald middel, de journalisten duiken massaal op dit nieuws en het effect is dat er op de bewuste plek over weinig anders meer gesproken wordt. Het gaat alleen nog over dit onderwerp en hoe met de media om te gaan. En nauwelijks over het inhoudelijk verbeteren van de zorg en hoe met de patiënt om te gaan.

Het feit dat vooral negatieve berichten en medische missers in beeld komen, maakt het niet beter. Helaas verkoopt een sensationeel drama nu eenmaal beter dan een geweldige doorbraak of verbetering. Die komen ook wel in het nieuws, maar veel minder prominent.

antoinetteWat dat betreft kan Zorg.nu een mooie bijdrage leveren. De eerste paar afleveringen gaan ook wel over zaken die niet goed lopen, maar zijn zeker niet ‘hijgerig’. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over de zeer hoge werkdruk die verpleegkundigen rapporteren. Maar wel op zo’n manier dat we meer inzicht krijgen in hun dagelijks werk en er meer begrip ontstaat voor hun situatie. Klik hier voor meer informatie of als je een aflevering wilt terugkijken.

Ik ben benieuwd naar de daadwerkelijke veranderingen waar patiënten en zorgprofessionals iets van merken. Uit de eerste afleveringen maak ik op dat die er zeker gaan komen. Complimenten voor Antoinette en haar team.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Wil je veel weten van weinig, of weinig van veel?

Het Amerikaanse Lakeland Regional Medical Center in Florida behaalt zeer goede resultaten met een radicale de-centralisatie, waarbij een team van slechts 2 mensen 80% tot 90% van alle werkzaamheden uitvoert voor een patiënt die is opgenomen in het ziekenhuis. Zo’n mini-team zorgt voor 6 patiënten. De zorg die ze niet zelf kunnen uitvoeren (zoals het maken van een röntgenfoto of het uitvoeren van een operatie), regelen ze binnen het eigen organisatieonderdeel.

Het resultaat? Zowel patiënten als medewerkers wachten veel minder. Uitslagen zijn sneller bekend. Er sterven minder patiënten dan gemiddeld. Er worden nauwelijks medicatiefouten gemaakt. Er is een zeer laag verloop. De kosten zijn lager. Tevredenheid van patiënten, medewerkers en artsen is hoog.

Dit alles vond plaats in het jaar 1993, meer dan 2 decennia later zou je denken dat ieder ziekenhuis inmiddels op deze succesvolle manier werkt.

Tegelijkertijd zien we in veel ziekenhuizen dat er sprake is van een ‘superspecialisatie’ binnen het ziekenhuis. Zowel binnen de medische staf, als onder verpleegkundigen en zelfs onder facilitaire medewerkers. En ook dat is in het belang van de patiënt. Wie wil immers niet die superspecialist die de beste van het land is in het uitvoeren van zijn gewenste type heupoperatie. En wie wil niet uitgebreid kunnen spreken met die verpleegkundig specialist die alles weet van haar specifieke subtype borstkanker.

lakeland-doctorVoor de patiënt levert generaliseren het voordeel van het hebben van een persoonlijk aanspreekpunt dat flexibel is en precies kan inspelen op zijn wensen. Maar die generalist kan natuurlijk niet alles perfect. De superspecialist is (bijna) perfect op zijn gebied. Maar hoe ziet iemand door alle bomen het bos. En wil de patiënt echt tientallen personen zijn verhaal vertellen en wachten tot alle afzonderlijke radertjes in beweging zijn gekomen, hopelijk goed geschakeld.

Voor de medewerker of arts kan superspecialist zijn heel interessant zijn. Als je het goed aanpakt is er niemand te vinden die kan wat jij kan. Tegelijkertijd ben je slechts een kleine schakel in de keten en is het lastig te weten of jouw bijdrage in het geheel nu van nut is geweest of niet. Als generalist zie je direct wat je bijdrage is en kun je met een voldaan gevoel naar huis. Waarschijnlijk ook heel moe, want je moet de hele dag inspelen op wat er nodig is en geen dag zal hetzelfde zijn.

We zijn in de meeste ziekenhuizen verder en verder aan het specialiseren. Zijn we doorgeschoten? Het zou heel goed zijn nog eens te kijken naar het voorbeeld van het Lakeland ziekenhuis. Dat niet klakkeloos overnemen, maar wel kijken of we een aantal voordelen van generalisatie over kunnen nemen. De waarheid ligt ook hier in het midden.

En het Lakeland Regional Health Center? Dat gaat gewoon door met zaken beter maken voor de patiënt en wint nog steeds veel prijzen. Bekijk bijvoorbeeld in dit filmpje wat zij recent hebben veranderd binnen de Spoedeisende Hulp (filmpje duurt 2 minuten).

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Artsendilemma’s

Momenteel ben ik bezig met een Engelse vertaling van het boek “De Power Patiënt”, waarschijnlijk kun je de titel wel raden. Het boek moet daarvoor niet alleen vertaald worden, maar er zijn b.v. ook internationale cijfers nodig, in plaats van de Nederlandse statistieken. Verder is het van belang de voorbeelden en verhalen te checken. Zo staat er in de Nederlandse versie een verhaal van een aanstaande moeder die van verloskundige wisselt, omdat ze graag thuis wil bevallen. Een verhaal waar men in het buitenland toch anders tegenaan kijkt dan bij ons.

Toch zijn de meeste verhalen universeel en tijdloos, zoals het volgende, dat ik opnieuw las en dat weer grote indruk op me maakte: Het gaat over een dame van 85 jaar, zij wordt verward en in slechte conditie opgenomen in het ziekenhuis. De dame kan niet meer begrijpelijk spreken. Ze is hart- en leverpatiënt, maar het is onduidelijk of haar klachten daarmee te maken hebben:

Eerst onderzoeken cardiologen en internisten haar, maar vinden niets. Na twee weken wordt ze overgeplaatst naar neurologie: op een scan is een tumor te zien die op de hersenen (en het spraakcentrum) drukt. De enige manier om erachter te komen hoe ernstig het is: een biopsie via een ‘kleine’ hersenoperatie. Voor de behandeling maakt het volgens haar neuroloog echter niet uit of het om een kwaadaardig of goedaardig gezwel gaat en ook niet of het gezwel snel groeit: de tumor is te groot om te verwijderen, zo’n operatie zou zij niet overleven. Hij bespreekt dit met haar zoons.

Deze zoons spreken later met een andere arts, die ze vertelt dat ze toch die ‘kleine’ bioptoperatie willen doen. Volgens deze arts is dat nodig om de diagnose en daarmee het vervolg duidelijk te krijgen. Ook bespreekt de arts met hen dat zelfs deze diagnostische operatie risicovol is vanwege de broze toestand van hun moeder, zij zou kunnen overlijden. Na dit gesprek zijn de zoons verdrietig en gefrustreerd. Zij begrijpen niet waarom het advies is veranderd en de operatie ineens wél nodig of nuttig is.

Uiteindelijk volgt er een nieuw gesprek met de eerste neuroloog, die eerlijk uitlegt dat er een meningsverschil was in de artsengroep. De operatie is vooral interessant voor de behandelaars en de familie. Afwachten geeft de patiënt meer kansen, ook al zouden de artsen en de familie meer onzekerheid hebben over het verdere verloop. De familie kiest er uiteindelijk voor hun moeder geen operatie te laten ondergaan. Ze heeft nog twee maanden geleefd. Prettige en rustige maanden voor de familie. Zij zijn de behandelend neuroloog dankbaar voor zijn open communicatie. Hij besprak heel eerlijk de dilemma’s die artsen normaal binnenskamers houden.

Zoiets is natuurlijk nooit zwart-wit. Er zitten vele kanten aan een dergelijke casus, en aan veel andere gevallen waar artsen mee te maken krijgen. Het is zelden mogelijk om vooraf te zeggen of een besluit ‘goed’ of ‘fout’ is. Soms kan dit achteraf zo blijken en soms is het ook achteraf onduidelijk.

Sommige artsen hebben dagelijks met dit soort dilemma’s te maken. De meeste families slechts enkele keren in hun leven. Des te belangrijker is het om de familie mee te nemen in de overwegingen en samen tot een beslissing te komen, waar de betrokkenen later goed op terug kijken en vrede mee hebben. Zoals in het bovenstaande geval gelukkig uiteindelijk gelukt is.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

“De patiënt komt zo bij u”

Patiëntgerichte zorg, Samen beslissen, Value Based Healthcare. Mooie termen en mooie beloften. En voor vrijwel alle ziekenhuizen zijn er nog heel wat stappen te zetten voordat de patiënt echt centraal staat in alle aspecten van het werk. Hoe zou het ziekenhuis er dan uitzien? Wat verandert er dan voor patiënten? En voor artsen? Twee voorbeelden uit de praktijk.

Het Griffin Hospital in Conneticut vormt een interessant voorbeeld van patiëntgerichte zorg. Dit ontstond op een moment dat het ziekenhuis juist slecht presteerde, zo slecht dat er steeds minder patiënten kwamen. Het ziekenhuis moest actie ondernemen en de nieuwe CEO, Patrick Charmel, begon daarmee in de verloskamers. Hij vroeg stellen die er recent bevallen waren wat zij graag anders hadden gezien in het ziekenhuis. Dat wisten ze wel: Tweepersoonsbedden, een bubbelbad, opvang voor hun oudere kinderen, etc, etc.

Het Griffin Hospital besloot al deze wensen in te willigen. Daar kwam nog heel wat bij kijken, maar het effect was groot: De patiënten vonden het geweldig en kwamen in grote getalen om er te bevallen. Deze werkwijze werd ook toegepast op andere afdelingen en na een aantal jaar kreeg het Griffin zelfs de notering “Top Quality Performer” van The Joint Commission (in Nederland bekend als JCI of Joint Commission International).

Andere Amerikaanse ziekenhuizen hebben in eerste instantie het moment aangepakt waarop arts en patiënt samen kiezen welke behandeling het beste is. Ook in Nederland wordt er hard aan gewerkt deze keuze steeds beter te maken, o.a. in speerpunten als “Samen Beslissen” en de “3 goede vragen” van de NPCF.

PillenIn de VS kozen ze hier voor: Eerst bespreekt de arts in de spreekkamer met de patiënt welke opties er zijn. Aangezien de tijd in de spreekkamer beperkt is, volgt hierna een uitgebreider gesprek met een verpleegkundige. De verpleegkundige bespreekt dezelfde opties en heeft de tijd om uitgebreider in te gaan op de consequenties en risico’s van elke optie. Bovendien krijgt de patiënt informatie mee op papier en wordt hij verwezen naar een betrouwbare website met nog meer informatie. Tot slot krijgt de patiënt de telefoonnummers mee van een aantal patiënten, van elke beschikbare optie is er een andere patiënt bereikbaar die die behandeling al heeft ondergaan.

Het blijkt dat de patiënten alle informatie ook in de genoemde volgorde doornemen. Als laatste bellen zij een patiënt, die hen uit persoonlijke ervaring meer kan vertellen over de optie die zij overwegen. Dit gesprek wordt door de patiënten als het meest waardevolle genoemd van alle informatie die ze gekregen hebben. Hierna heeft de patiënt weer een consult met zijn eigen arts, waarin hij zijn voorkeuren en overwegingen bespreekt en samen met de arts de uiteindelijke behandeling kiest.

De hele procedure kost voor artsen weinig tijd. Bovendien geven artsen aan dat het tweede gesprek met de patiënt veel beter verloopt, omdat de patiënt veel beter voorbereid is. Er wordt gesproken op een gelijkwaardig niveau. Dat is prettig voor de arts, die weet dat de patiënt een grondige keuze heeft gemaakt. Bovendien blijkt therapietrouw sterk toe te nemen bij deze patiënten, waardoor behandelingen effectiever zijn. Een mooie win-win!

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button
ProBeter - Spreker in de zorg

De wereld achter TED

Sinds mijn studietijd ben ik al gefascineerd door de filmpjes van TED. TED is ooit begonnen als jaarlijkse conferentie waar mensen “ideas worth spreading” met elkaar deelden. Die filmpjes werden ook online gezet, want ze werden toch opgenomen en zo konden de ideeën verspreid worden onder een groter publiek. In de loop van de tijd bleek dat de filmpjes miljoenen keren bekeken werden, terwijl er slechts een paar honderd mensen in de zaal zaten tijdens de conferentie zelf. Toen besloot TED zijn strategie te veranderen. Online droeg immers in de praktijk vele malen meer bij aan “idea spreading” dan het jaarlijkse congres.

Sindsdien worden er wereldwijd allerlei TEDx-conferenties gehouden. De “x” staat voor “onafhankelijk georganiseerd event”. Maar zo ‘onafhankelijk’ is het zeker niet. TED houdt de vinger behoorlijk aan de pols en bepaalt aan wie ze welke licentie afgeeft. En dat is weer afhankelijk van allerlei regels waar de organisatie zich aan moet houden.

08. Three out of ten patientsEind april mocht ik een TEDx-talk geven in Enschede, bij ‘mijn’ universiteit. Ik had een aantal maanden ervoor een auditie gedaan en betrad vanaf dat moment de wereld achter TED. En daar heb ik heel wat meegemaakt. Het eerste dat opvalt: TED = Engels. Ook al zijn er alleen Nederlanders in de zaal, we spreken Engels, natuurlijk zijn de audities in het Engels en ook de feedback die je krijgt (denk aan Idols) is in het Engels.

Een andere regel is: Geen commercie. Je mag geen reclame maken voor je eigen producten. Daarnaast mogen er ook geen namen van merken genoemd worden. Het gaat zo ver dat je niet mag zeggen dat je iets hebt “gegoogled”, je mag wel zeggen dat je het hebt “opgezocht op internet”. En dan is er nog “de stip”. Een mooie rode stip waarvandaan de spreker spreekt. Het blijkt dat de ene stip de andere niet is. Aan de grootte van de stip zou je ook weer dingen kunnen aflezen. Size matters, ook bij TED.

Dan is tot slot de timing erg belangrijk. Er is bij iedereen ingeramd dat je geen seconde langer mag spreken dan je toebedeeld was. In mijn geval 6 minuten. Exact. En geen seconde meer. Vandaar dat je sommige sprekers zenuwachtig ziet worden als ze onverwacht applaus krijgen, dat gaat van hun spreektijd af!

Erg goed vond ik dat er een introductiemiddag was voor alle sprekers. Uiteraard in het Engels. Daar kreeg iedereen ook een Speaker Coach. In mijn geval een zeer strenge-doch-rechtvaardige dame, die direct alle zwakke punten in mijn lichaamshouding, intonatie en tekst doorzag. Ik keek er dan ook behoorlijk tegenop de 1-op-1 coaching sessies te doen. En tegelijkertijd keek ik ernaar uit. Want zij heeft me enorm geholpen mijn verhaal en mijn presentatie aan te scherpen. Daardoor stond ik vorige week vol vertrouwen op het podium. En was ik er ook zo weer af. Want die 6 minuten leken slechts 6 seconden… Je kunt mijn TED-talk hier bekijken.

En zoals in mijn studententijd, blijf ik ook nu nog steeds gefascineerd door dit prachtige fenomeen. Dat geïnspireerde mensen in staat stelt hun ideeën te delen, waarna de hele wereld er zijn voordeel mee kan doen. Daarom deel ik graag een paar van mijn favoriete TED-talks:

Ik ben benieuwd wat je ervan vindt,

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

To sim or not to sim

In trainingen en workshops gebruik ik graag simulaties, omdat ze mensen iets duidelijk maken dat ze nooit meer vergeten. Ik houd van dit soort serious games. Ik heb met mijn groepen onder meer papieren vliegtuigen gemaakt, spaghetti-torens gebouwd en natuurlijk met lego gespeeld. Vrijwel elke simulatie bestaat uit meerdere ronden. Natuurlijk gaat het in de eerste ronde allemaal niet zo goed, waarna de deelnemers de mogelijkheid hebben om alles steeds beter te laten gaan.

Momenteel ben ik een nieuwe simulatie aan het ontwikkelen, overigens een erg leuke bezigheid. En dat zette me aan het denken over het nut van simulaties. Want het is altijd leuk om met een groep een simulatie te doen, maar “leuk” is natuurlijk niet waar het uiteindelijk om gaat. En de simulatie lijkt ook nooit op het echte werk dat mensen doen (dat heb ik één keer geprobeerd en daar heb ik van geleerd 🙂 )

Na de simulatie moet het echte werk dus nog beginnen en moeten mensen hun eigen werkzaamheden aanpakken. Al probeer ik daar tijdens het spel al een begin mee te maken, bijvoorbeeld door mensen te vragen “Welke zaken uit het spel zie je ook in je eigen werk terug?” En altijd weer verbaast het me dat mensen duidelijke overlap zien. Ook al werken ze op een röntgenafdeling en hebben ze net vliegtuigjes gevouwen.

Waar volgens mij simulaties het grote verschil maken is in de periode (soms nog jaren) na het spel. Dan hoor je mensen vaak nog vergelijkingen maken met wat er in het spel is gebeurd. “Weet je nog toen we startten in ronde 2, …”

Dan blijkt de echte waarde van wat Confucius ooit gezegd heeft:

Confucius

 

“Ik hoor en ik vergeet,
ik zie en ik onthoud,
ik doe en ik begrijp”

 

En ja, wat is het alternatief? Sheet na sheet met droge kost, dat werkt alleen slaapverwekkend en onthouden mensen nog geen dag. Dus ik ga vrolijk verder met het ontwikkelen van deze simulatie, die hopelijk ook tot mooie inzichten gaat leiden en die mensen zich over 5 jaar nog steeds herinneren. Een prima resultaat!

Heb jij weleens een simulatie gedaan? Wat waren je ervaringen? Heb je er iets aan gehad? Ik hoor het graag in de comments.

Samen voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Transparantie

Begin 2015 riep minister Schippers het “Jaar van de Transparantie” uit. De periode van maart 2015 tot maart 2016 stond in het teken van transparante  zorg.

Meer en betere informatie voor patiënten over de kwaliteit en de kosten van de zorg, dat is de essentie van het Jaar van de Transparantie “, volgens het Zorginstituut Nederland. Op hun site vind je meer informatie over wat het jaar heeft opgeleverd.

De meeste zorgprofessionals erkennen de waarde van goede en begrijpelijke informatie voor patiënten. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat het publiceren van verschillen tussen instellingen een positief effect heeft op de ‘score’ van instellingen over de gehele linie. Kennelijk stimuleren de cijfers de beste instellingen om het nog beter te doen. En stimuleren ze degenen die gemiddeld scoren of daaronder ook om het beter te doen. Dat op zich is al een reden om open te zijn over de kwaliteit van de geleverde zorg.

Een aandachtspunt is daarbij wel de tijdsinvestering die hoort bij het aanleveren van al deze gegevens. De meeste initiatieven in het “Jaar van de Transparantie” spreken over het belang van ‘informatievastlegging aan de bron’. Dat levert inderdaad de meest betrouwbare gegevens op. In de praktijk betekent dit echter vaak ‘informatievastlegging door de medisch professional’. Die staat immers aan de bron van de gegevens. En die heeft het al erg druk.

Wat een groot verschil zou maken is als we alleen díe gegevens hoeven aan te leveren die daadwerkelijk nuttig zijn voor vergelijking door patiënten of om de kwaliteit van de geleverde zorg te verhogen. Mijn persoonlijke inschatting is dat dat zo’n 25% is van alle indicatoren die we nu moeten bijhouden.

Daarnaast is het mogelijk gegevens te laten verzamelen door een andere ‘bron’, namelijk de patiënt. Bij bijvoorbeeld PROMs (Patient Reported Outcome Measures) is dat exact wat er gebeurt. Een ander voordeel van deze manier van meten is dat het de resultaten (Outcome) van de geleverde zorg meet, terwijl veel van de huidig gevraagde indicatoren gaan over hoe goed procedures worden gevolgd of over het volume van de geleverde zorg. Zaken die slechts indirect iets over de kwaliteit van zorg zeggen.

Wat is uw ervaring met het aanleveren van gegevens? En met het gebruiken ervan? Vergelijkt u de zorg in uw instelling met de zorg daarbuiten? En maken uw patiënten weleens gebruik van deze informatie?

Ik hoor het graag!

Voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button

Samen beslissen: simpel of complex?

Samen beslissen, dat klinkt zo simpel. Het zit direct in de ‘cirkel van invloed’ van de arts en uit onderzoek blijkt dat 2/3 van de patiënten ook samen wil beslissen. Simpel dus, voor zowel patiënt als arts.

Waarom gebeurt het dan nog niet overal? Omdat het tegelijkertijd ook complex is. Het is aan de ene kant complex voor de arts, met name omdat hij of zij anders gewend is en is opgeleid om zelf de beste beslissing te nemen. Toch begint hier inmiddels op veel vlakken verandering in te komen. Steeds meer studenten leren de patiënt actief te betrekken in besluitvorming en steeds meer artsen doen dit uit zichzelf.

Aan de andere kant is samen beslissen ook complex voor de meeste patiënten. Zij zitten immers niet voor niets tegenover hun arts. Ze zijn ziek, voelen zich zwak en realiseren zich heel goed hoe afhankelijk ze zijn. Dat dit geldt voor vrijwel alle patiënten blijkt uit het feit dat zelfs hoogopgeleide en mondige mensen dit fenomeen beschrijven. Toch is het een ander verhaal als je eigen gezondheid op het spel staat, of die van je kind.

Overigens zijn er ook diverse verhalen bekend van artsen die zelf patiënt worden. Zij verbazen zich over hoe anders het is om aan de andere kant van de tafel te zitten. Lees bijvoorbeeld dit verhaal van een uroloog die hartklachten kreeg.

Wat kun je doen als arts om je patiënt te helpen samen te beslissen? En eigenlijk: Om hem te helpen mede-verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen zorgtraject.

Heidag 20 jan 2016Over deze vraag heb ik recent gesproken met een aantal gynaecologen en vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties. Dit is een aantal van de dingen die ze noemden:

  • Geef begrijpelijke informatie
  • Geef al vóór het spreekuur informatie/een vragenlijst, zodat de patiënt zich beter kan voorbereiden
  • Vraag wat het doel is van de patiënt met het consult en wat voor hem belangrijk is
  • Geef meerdere opties en spreek met de patiënt over de voor- en nadelen ervan

Wat vind jij? Zijn patiënten (mede-)verantwoordelijk voor hun eigen zorg? En hoe kun je als arts een patiënt helpen om deze verantwoordelijkheid te nemen? En om echt samen te beslissen? Ik hoor het graag!

Voor betere zorg,
Wil Konings

Share Button